Home | Retoucheergereedschappen binnen PS CC2015 (voor fotografen) uitgediept Deel I.
Verplaatsen met behoud van inhoud
Fotobewerking Fotografie tips

Retoucheergereedschappen binnen PS CC2015 (voor fotografen) uitgediept Deel I.

Met de Photoshop retoucheergereedschappen kunnen we onvolkomenheden in de afbeelding wegwerken of een deel van de afbeelding verfraaien. Omdat er veel gereedschappen binnen deze categorie vallen (16 in totaal) , splitsen we het artikel op in twee delen over twee verschillende publicaties.

In deze artikelen wordt het retoucheergereedschap in relatie tot de optiebalk verder uitgelegd.

Deel I omvat:

Retoucheerpenseel

 

Kloonstempel

Deel II omvat:

Gummetje

Vervagen

 

Tegenhouden

 

Verslepen = met de linkermuisknop ingedrukt een object elders naar toe schuiven en op de gewenste plek de linkermuisknop loslaten.

Slepen = met de linkermuisknop ingedrukt over het canvas/afbeelding bewegen.

De iconen van het retoucheerpenseel en de kloonstempel kunnen worden uitgevouwen door op het kleine driehoekje in de rechter onderhoek te klikken, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden. Je kunt ook met rechts klikken op het gereedschap waar een driehoekje bij staat, dan worden onderliggende gereedschappen tevens zichtbaar. Als je met de muis boven het gereedschap gaat hangen, verschijnt de naam van het gereedschap en de eventuele sneltoets.

Het RETOUCHEERGEREEDSCHAP

Met het Retoucheerpenseel kunnen we onvolkomenheden wegwerken door de pixels te laten vervangen door een monster uit de omgeving. Hierbij komen ook de structuur, de belichting, de transparantie en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met pixels die moeten worden hersteld. In tegenstelling tot het gewone Retoucheerpenseel hoef je bij het Snel Retoucheerpenseel niet eerst een monsterpunt te selecteren. Er wordt automatisch een monster genomen van de omliggende pixels.

Om het Retoucheerpenseel te gebruiken maak je het penseel iets groter dan het te corrigeren gebied en klik je op dat gebied of klik en sleep je om onvolkomenheden in een groter gebied te corrigeren.

Het gereedschap is ideaal om bijvoorbeeld sensorvlekjes weg te werken, om beschadigde oude digitale foto’s te restaureren of om portretten te retoucheren.

Met het gereedschap Kloonstempel of Retoucheerpenseel kun je monsters nemen uit het huidige document of uit andere geopende documenten in Photoshop. Selecteer het gereedschap en houd Alt ingedrukt en klik in een geopend documentvenster om het monsterpunt in te stellen.
Als je nog een monsterpunt wilt instellen, klik je op een andere knop voor een kloonbron in het deelvenster Bron klonen (zie bij Optiebalk Retoucheerpenseel).

Als het retoucheren de eerste keer niet het gewenste resultaat geeft, kun je het nogmaals proberen met hetzelfde gereedschap of een ander gereedschap uit de categorie kiezen.

Retoucheerpenseel

Optiebalk Snel Retoucheerpenseel


Optiebalk Snel retoucheerpenseel

Penseelkiezer:

Als je op het driehoekje aan de rechterkant klikt naast het getal, opent het vervolgvenster Penseelkiezer waar je kunt aangeven welke eigenschappen je penseel moet hebben.
In de vakjes kun je een waarde invullen of instellen met de schuifregelaar.
Penseelkiezer

Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het penseeluiteinde. Naar rechts schuiven is groter.

Als je bij Hardheid de schuif naar rechts sleept, wordt het uiteinde van het penseel harder. Deze optie is alleen beschikbaar voor ronde en vierkante penselen .

Tussenruimte: hiermee bepaal je de afstand tussen de afzonderlijke streeksporen in een penseelstreek. Een hogere waarde zorgt er voor dat het penseel delen overslaat.

De waarde Hoek en Ronding van het penseel kun je invullen, maar je kunt ook met ingedrukte linkermuisknop op de cirkel slepen om de hoek en de ronding “op het oog” te veranderen.

In het uitrolmenu Grootte: kies Pendruk om de variatie op de pendruk te baseren. Kies Pendrukschijf om de variatie te baseren op de positie van de draaischijf van de pen. Selecteer Uit als je geen variatie wilt aanbrengen in de grootte. Penbesturingselementen zijn alleen beschikbaar wanneer je gebruikmaakt van een drukgevoelig digitaal tekentablet en compatibele pennen.

Tekenmodus:

Hiermee geef je de overvloeimodus op.

Vooraf:
De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding.
De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
De resultaatkleur is de kleur die het resultaat is van de bewerking.

Vervangen is om ruis, filmkorrel en structuur aan de randen van een penseelstreek te behouden wanneer je een penseel met zachte randen gebruikt.

Vermenigvuldigen:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een donkerder kleur. Vermenigvuldigen met zwart geeft altijd zwart als resultaat. Elke willekeurige kleur die met wit wordt vermenigvuldigd blijft ongewijzigd.

Raster:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de omgekeerde waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de omgekeerde waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een lichtere kleur. Bleken met zwart heeft geen effect: de originele kleur blijft ongewijzigd. Bleken met wit geeft altijd wit. Het effect is te vergelijken met het over elkaar heen projecteren van een aantal dia’s.

Kleur:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie van de basiskleur en de kleurtoon en verzadiging van de werkkleur. Daarbij blijven de grijswaarden in de afbeelding behouden. Deze modus is tevens handig om monochrome afbeeldingen in te kleuren en tinten toe te voegen aan kleurenafbeeldingen

Lichtsterkte:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur.

Lichter en Donkerder:
Deze overvloeimodi kunnen worden gebruikt met het (snel) retoucheerpenseel en de kloonstempel en kunnen in de optiebalk worden geselecteerd. Wanneer gebruik je deze modi? Stel dat dat er een paar storende witte vlekken op de afbeelding zitten in de lucht.
Kies dan voor de optie: Donkerder. Het gereedschap heeft nu alleen invloed op de pixels die lichter zijn dan de lucht. Andersom zet je de overvloeimodus op lichter als er storende donkere vlekken in de lucht zitten. Het gereedschap heeft nu alleen invloed op de pixels die donkerder zijn dan de lucht en pakt dus de donkere vlekken aan.

Het Snel Retoucheerpenseel heeft drie basis vulmethoden (Type):
Inhoud behouden:
Vergelijkt de inhoud van een nabijgelegen gebied om de selectie naadloos te vullen, waarbij belangrijke details zoals schaduwen en objectranden op realistische wijze behouden blijven.

Structuur maken:
Gebruikt de pixels in de selectie om een structuur te maken (dus gebruikt daarvoor geen bestaande pixels). Als de structuur niet werkt, probeer je nogmaals door het gebied te slepen.

Locatie afstemmen:
Zoekt in de pixels aan de rand van de selectie naar een gebied dat voor de reparatie kan worden gebruikt.

Monster van alle lagen:
Aanvinken als je monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen. Schakel Monster nemen van alle lagen uit (vinkje weghalen) als je alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Tip: Retoucheren kun je op een duplicaat laag doen in het lagenvenster door middel van de sneltoetsen Ctrl+J, zodat je niet destructief werkt. Je kunt er ook voor kiezen om het retoucheren met de kloonstempel, het retoucheerpenseel en het snel retoucheerpenseel op afzonderlijke lagen per gereedschap doen. Ongewenste aanpassingen kun je dan makkelijk weer verwijderen. Vergeet niet Alle lagen aan te vinken bij Monster op de optiebalk.

Tip: Voor rechte lijnen (zie onder voor het wegwerken van een kabel) , klik op het begin, houdt de Shift toets ingedrukt en klik op het eind.. Als een rechte lijn een object raakt, gebruik dan eerst de Kloonstempel op de lijn om die verbinding los te maken. Dit voorkomt lelijke smeervlekken aan het begin en het eind.

Wegwerken kabel

 

Tip: Glimmende plekken op het gezicht kun je verminderen met het Retoucheerpenseel. Kies na de bewerking in de Menubalk voor Bewerken > Vervagen retoucheerpenseel. Verminder in het venster de dekking door het schuifje naar links te slepen.
Binnen Camera RAW kun je hetzelfde doen met het Snel retoucheerpenseel. In het Optievenster kies je voor Type > Heal en verlaag je de Dekking.

 

Optiebalk RetoucheerpenseelOptiebalk Retoucheerpenseel

Evenals bij het Snel Retoucheerpenseel opent de Penseelkiezer als je op het driehoekje aan de rechterkant klikt naast het getal (zie afbeelding penseelkiezer).

Als je klikt op het icoon deelvenster bron klonen in/-uitschakelen, verschijnt dan wel verdwijnt deze.

Deelvenster Bron klonen:
Venster Bron klonen

In het venster Bron klonen heb je de beschikking over een super lader. Je kunt de breedte, hoogte en rotatie van het bronpunt aanpassen. Verder kun je 5 bronpunten van dezelfde of verschillende afbeeldingen opslaan, zodat je niet opnieuw een bronpunt moet selecteren als je tussen verschillende afbeeldingen schakelt.

Tekenmodus:
Onder het Snel Retoucheerpenseel zijn de verschillende overvloeimodi uitgebreid beschreven.

Bron:
Als je hier kiest voor Monster, moet je met de Alt toets ingedrukt een gebied kiezen in de afbeelding dat dient als bron. Daarna kun je door middel van klikken op het te retoucheren gebied of door te klikken en slepen onvolkomenheden in een groter gebied corrigeren.
Als je kiest voor Patroon kun je in het naastgelegen vakje Patroonkiezer een patroon kiezen welke je wilt gebruiken voor het retoucheren.

Uitgelijnd:
Vink de optie Uitgelijnd aan als je wilt tekenen met het meest recente monsterpunt wanneer je het tekenen hebt onderbroken en weer wilt hervatten. Vink de optie Uitgelijnd uit als je het tekenen steeds vanaf het eerste monsterpunt wilt starten, ongeacht het aantal keren dat je het tekenen stopt en hervat.

Monster:
Hiermee neem je monsters uit de opgegeven lagen. Er zijn drie verschillende modi.

Huidige laag:
Als je alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag (blauwig in het Lagenvenster) kies je Huidige laag.

Huid/onderl.lg:
Kies Huidige laag en onderliggende lagen als je monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen.

Alle lagen:
Als je monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kies je Alle lagen.

Icoon Aanpassingslagen negeren:
Als je monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kies je Alle lagen en klik je op het pictogram Aanpassingslagen negeren, het één na laatste icoon van de optiebalk. Gebruik deze mogelijkheid bijvoorbeeld als je uit meerdere lagen onder een aanpassingslaag kloont of retoucheert naar een nieuwe laag die zelf beïnvloed is door de aanpassingslaag. Je voorkomt dan dat de aanpassing twee keer wordt toegepast.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Met het gereedschap Reparatie kun je een gebied repareren met pixels van een ander gebied of een patroon. Evenals bij het Retoucheerpenseel komen ook bij het gereedschap Reparatie de structuur, de belichting en de schaduweffecten van de pixelmonsters overeen met de bronpixels. Met het gereedschap Reparatie kun je ook geïsoleerde gebieden van een afbeelding klonen. Het gereedschap Reparatie werkt in afbeeldingen met 8 of 16 bits per kanaal. Selecteer bij repareren met pixels uit de afbeelding een klein gebied. Zo krijg je het beste resultaat.
Teken met ingedrukte linkermuisknop het te vervangen gebied en sleep de selectie naar een te klonen gebied er direct naast. Je krijgt een voorbeeld te zien van het gebied dat je gaat gebruiken, zodat je een mooi passend gebied kunt selecteren.

Optiebalk Reparatie (normaal modus):

Optiebalk Reparatie

Nwe selectie:
Als je met het gereedschap Reparatie gaat werken, staat de instelling standaard op nieuwe selectie.

Toevoegen aan selectie:
Wanneer er al een selectie is gemaakt, kun je deze uitbreiden door middel van de knop Toevoegen aan selectie of door middel van de Sneltoets +Shift en het toe te voegen gebied te tekenen in het bestaande gebied.

Verwijderen uit selectie:
Als een selectie te groot is kun je een stuk verwijderen door middel van de knop Verwijderen uit selectie of door middel van de Sneltoets + Alt en het te verwijderen gebied op de bestaande selectie te tekenen.

Doorsnede maken van de selectie:
Houd Alt+Shift ingedrukt en sleep in de afbeelding om een gebied te selecteren dat een doorsnede is van de bestaande selectie of gebruik de desbetreffende knop in de optiebalk.

Reparatie:
Je kunt hier kiezen voor twee modi:
* normaal
* inhoud behouden (zie Optiebalk Reparatie (inhoud behouden modus) verder naar onderen.

In de modus normaal:
Wanneer Bron is geselecteerd op de optiebalk, sleep je het selectiekader naar het gebied waarvan je een monster wilt nemen. Wanneer je de muisknop loslaat, wordt het oorspronkelijk geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.

Reparatie normaal bron
Wanneer Doel is geselecteerd op de optiebalk, sleep je het selectiekader naar het gebied dat je wilt repareren. Wanneer je de muisknop loslaat, wordt het nieuw geselecteerde gebied gerepareerd met het pixelmonster.

Reparatie Normaal Doel

 

Het resultaat op bovenstaande afbeeldingen is uiteraard niet de bedoeling. Deze voorbeelden dienen uitsluitend ter illustratie wat er precies gebeurt.

Selecteer Transparant om de structuur met een transparante achtergrond te onttrekken aan het monstergebied. Schakel deze optie uit als je het doelgebied volledig wilt vervangen door het monstergebied. De optie Transparant is het meest geschikt voor effen achtergronden of achtergronden met een verloop en duidelijk herkenbare structuren, zoals een vogel tegen een blauwe lucht. (De eerlijkheid gebied me te zeggen, dat ik hier totaal niet begrijp wat er bedoeld wordt en ook in de praktijk niet doorzie wat er nu gebeurt als je dit aanvinkt).

Als je kiest voor Patroon kun je in het naastgelegen vakje Patroonkiezer een patroon kiezen welke je wilt gebruiken voor het retoucheren.

Optiebalk Reparatie (inhoud behouden modus)

Optiebalk inhoud behouden

In de modus inhoud behouden:
De verklaring van de iconen tot de Reparatie modus is gelijk aan de Optiebalk Reparatie (normaal modus), zoals hierboven is uitgelegd.

Inhoud behouden vergelijkt de inhoud van een nabijgelegen gebied om de selectie naadloos te vullen, waarbij belangrijke details zoals schaduwen en objectranden op realistische wijze behouden blijven.

Bij Structuur en Kleur kun je met behulp van de schuifregelaar de markering groter dan wel kleiner maken of je kunt het getal in het venstertje typen.

Structuur:
Voer een waarde in tussen 1 en 7 om te bepalen in hoeverre de reparatie de bestaande afbeeldingspatronen moet weergeven. Als je een 7 invoert, blijft de reparatie heel dicht bij de bestaande afbeeldingspatronen. De reparatie neemt daarentegen weinig bestaande afbeeldingspatronen over als je 1 invoert als waarde van de Structuur.

Kleur:
Voer een waarde tussen 0 en 10 in om de mate te bepalen waarmee Photoshop algoritmische kleurovervloeiing op de reparatie toepast. Als je 0 invoert, wordt kleurovervloeiing uitgeschakeld. Een Kleurwaarde van 10 zorgt voor maximale kleurovervloeiing.

Monster nemen van alle lagen:
Schakel deze optie in als je het resultaat van de verplaatsing in een andere laag wilt maken met gebruik van gegevens uit alle lagen. Selecteer de doellaag in het venster Lagen.

Optiebalk verplaatsen met behoud van inhoud:

Opiebalk Verplaatsen met behoud van inhoud

De verklaring van de iconen tot de Modus is gelijk aan de Optiebalk Reparatie (inhoud behouden), zoals hierboven is uitgelegd.

Gebruik het gereedschap Verplaatsen met behoud van inhoud om een gedeelte van een afbeelding te selecteren (met een selectiegereedschap of met het gereedschap zelf) en te verplaatsen. Misschien is het nog wenselijk om de selectie te vergroten via het Menu > Selecteren > Bewerken > Vergroten. De afbeelding wordt opnieuw samengesteld en het achtergebleven gat wordt gevuld met vergelijkbare elementen uit de afbeelding. Je hoeft geen intensieve bewerkingen met lagen en complexe selecties uit te voeren.

Verplaatsen met behoud van inhoud

Je kunt er voor kiezen om de selectie op een nieuwe lege laag te maken, zodat je flexibeler bent als je nog iets wilt aanpassen. Zie volgend voorbeeld met een transparante laag in het lagenvenster (door te klikken op het één na laatste icoon onderin het lagenvenster).

Gebruik de modus Extensie om objecten zoals haar, bomen of gebouwen uit te breiden of te verkleinen. De modus is erg geschikt om bijvoorbeeld buikjes platter te maken. Architectuurobjecten kunnen het beste worden uitgebreid met op een parallel vlak gemaakte foto’s in plaats van onder een hoek gemaakte foto’s (onderstaand voorbeeld is ter illustratie overdreven).

Extensie met behoud van inhoud

Bij structuur en kleur kun je met behulp van de schuifregelaar de markering groter dan wel kleiner maken of je kunt het getal in het venstertje typen.

Structuur:
Voer een waarde in tussen 1 en 7 om te bepalen in hoeverre de reparatie de bestaande afbeeldingspatronen moet weergeven. Als je een 7 invoert, blijft de reparatie heel dicht bij de bestaande afbeeldingspatronen. De reparatie neemt daarentegen weinig bestaande afbeeldingspatronen over als je 1 invoert als waarde van de Structuur.

Kleur:
Voer een waarde tussen 0 en 10 in om de mate te bepalen waarmee Photoshop algoritmische kleurovervloeiing op de reparatie toepast. Als je 0 invoert, wordt kleurovervloeiing uitgeschakeld. Een Kleurwaarde van 10 zorgt voor maximale kleurovervloeiing.

Monster nemen van alle lagen:
Schakel deze optie in als je het resultaat van de verplaatsing in een andere laag wilt maken met gebruik van gegevens uit alle lagen. Selecteer de doellaag in het venster Lagen.

Transformeren bij het neerzetten:
Wanneer deze optie is aangevinkt, kun je het gedeelte van de afbeelding dat je net naar de nieuwe locatie hebt verplaatst schalen. Sleep de handgrepen voor het verplaatste gedeelte van de afbeelding naar wens.

Optiebalk rode ogen verwijderen:
Optiebalk Rode ogen verwijderen

Het gereedschap rode ogen verwijderen is zeer eenvoudig te gebruiken . Selecteer het gereedschap en zoom in (Sneltoets Z voor Zoom gereedschap) op het oog. De Pupilgrootte instelling kan afhankelijk van de pixelafmetingen van de afbeelding waarin je bezig bent worden aangepast. Wellicht wil je ook nog de intensiteit instellen met de schuif Hoeveelheid donkerder.
Sleep over de rode pupil en Photoshop vervangt de tint.

Tip: Soms is het nodig om voor de tweede keer een selectie te maken om de rode kleur van de ogen te verwijderen.
Een betere aanpak zou zijn om een nieuwe laag te maken , stel de Overvloeimodus in op kleur en verf met het zwarte penseel . Dit zal de veranderingen niet- destructief te maken en geeft je veel meer controle over het gebied waar je de verzadiging vermindert. Als de ogen te licht worden kun je de laag dupliceren Sneltoets Ctrl+J en de Overvloeimodus op Vermenigvuldigen zetten. Indien nodig kun je de dekking nog terugdringen (naar links schuiven). Het gereedschap rode ogen verwijderen zoekt naar rood en niet naar groen. Bovenstaande methode is uitstekend toe te passen bij een groene weerkaatsing in de ogen bij foto’s van dieren.

Het GEREEDSCHAP KLOONSTEMPEL:

Kloonstempel

Met het gereedschap Kloonstempel teken je een deel van een afbeelding over een ander deel van dezelfde afbeelding of over een ander deel van een ander geopend document met dezelfde kleurmodus. Je kunt ook een deel van een laag over een andere laag tekenen. Het gereedschap Kloonstempel is handig voor het dupliceren van objecten of het verwijderen van een fout in een afbeelding. De benaming is enigszins verwarrend… de kloonstempel moet je zien als een penseel met kloon eigenschappen.

Het gereedschap Kloonstempel werkt niet op aanpassingslagen.

Tip: Als je de kloonstempel gebruikt in combinatie met de Modus Kleur is het vaak mogelijk om ongewenste flare weg te klonen.

Optiebalk Kloonstempel:

Optiebalk KloonstempelPenseelkiezer:
Als je op het driehoekje aan de rechterkant klikt naast het getal, opent het vervolgvenster Penseelkiezer waar je kunt aangeven welke eigenschappen je penseel moet hebben. Dit deelvenster heeft andere opties dan de penseelkiezer van het (Snel) Retoucheerpenseel.

Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het penseeluiteinde. Naar rechts schuiven is groter. Je kunt ook een waarde voor het formaat intypen.

Als je bij Hardheid de schuif naar rechts sleept, wordt het uiteinde van het penseel harder. Je kunt ook een waarde voor de hardheid intypen. Deze optie is alleen beschikbaar voor ronde en vierkante penselen .

Je kunt met ingedrukte linkermuisknop op de cirkel slepen om de hoek en de ronding “op het oog” te veranderen.

In het voorbeeldvenster kun je een penseel aanklikken uit de penselenbibliotheek.

Penseelkiezer met Bibliotheek

Voorinstelling penseel in- of uitschakelen:
Als dit venster openstaat kun je het penseel naar behoefte aanpassen.
Het venster bevat een groot aantal opties waarmee je dynamische (of veranderende) elementen aan vooraf ingestelde penseeluiteinden kunt toevoegen. Je kunt bijvoorbeeld opties instellen om de grootte, kleur en dekking van de streeksporen gaandeweg de penseelstreek te wijzigen.

Voorinstelling Penseel

Deelvenster Bron klonen in- of uitschakelen:
In het venster Bron klonen heb je de beschikking over een super lader. Je kunt de breedte, hoogte en rotatie van het bronpunt aanpassen. Verder kun je 5 bronpunten van dezelfde of verschillende afbeeldingen opslaan, zodat je niet opnieuw een bronpunt moet selecteren als je tussen verschillende afbeeldingen schakelt.

Venster Bron klonen

Modus:
Opmerking: Alleen de overvloeimodi Normaal, Verspreiden, Donkerder, Vermenigvuldigen, Lichter, Lineair tegenhouden (toevoegen), Verschil, Kleurtoon, Verzadiging, Kleur, Lichtsterkte, Lichtere kleur en Donkerdere kleur zijn beschikbaar voor 32-bits afbeeldingen.
Je kunt een overvloeimodus niet instellen op een Achtergrondlaag, omdat er geen laag er onder is waarmee je de laag kunt laten overvloeien.

Vooraf:
De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding.
De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
De resultaatkleur is de kleur die het resultaat is van de bewerking.
De overvloeimodi schakel je in op de actieve laag.

Normaal
Elke getekende of bewerkte pixel krijgt de resultaatkleur. Dit is de standaardmodus. (Bij bitmapafbeeldingen en afbeeldingen in geïndexeerde kleuren wordt deze modus Drempel genoemd.)
Modus Normaal
Verspreiden
Elke getekende of bewerkte pixel krijgt de resultaatkleur. Maar in deze modus bestaat de resultaatkleur uit een willekeurige pixelvervanging in de basiskleur of in de werkkleur, afhankelijk van de dekking op een bepaalde pixellocatie.
Modus Verspreiden
Achter
In deze modus heeft het teken- of bewerkgereedschap alleen effect op het transparante gedeelte van een laag. Deze modus kan alleen worden gebruikt in lagen waarvan de transparantie niet is vergrendeld. Het effect is te vergelijken met het aan de achterkant beschilderen van een doorzichtig vel papier.
Donkerder
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur of de werkkleur geselecteerd als resultaatkleur. De donkerste van de twee kleuren wordt gebruikt. Pixels die lichter zijn dan de werkkleur worden vervangen en pixels die donkerder zijn dan de werkkleur blijven ongewijzigd.
Modus Donkerder
Vermenigvuldigen
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een donkerder kleur. Vermenigvuldigen met zwart geeft altijd zwart als resultaat. Elke willekeurige kleur die met wit wordt vermenigvuldigd, blijft ongewijzigd. Met elke andere kleur is het resultaat dat de basiskleur bij elke opeenvolgende penseelstreek donkerder wordt. Het resultaat is ongeveer wat er zou gebeuren als je met een aantal verschillende viltstiften over een afbeelding heen zou tekenen.
Modus Vermeniguldigen
Kleur doordrukken
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door het contrast tussen deze kleuren te verhogen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect.
Modus Kleur doordrukken
Lineair doordrukken
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect.
Modus Lineair Doordrukken
Donkerder kleur
In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven. De kleurmodus Donkerdere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is in de overvloeimodus Donkerder, omdat de laagste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de resultaatkleur te maken.
Modus Donkerder
Lichter
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur of de werkkleur geselecteerd als resultaatkleur. De lichtste van de twee kleuren wordt gebruikt. Pixels die donkerder zijn dan de werkkleur worden vervangen en pixels die lichter zijn dan de werkkleur blijven ongewijzigd.
Modus Lichter
Raster
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de omgekeerde waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de omgekeerde waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een lichtere kleur. Bleken met zwart heeft geen effect: de originele kleur blijft ongewijzigd. Bleken met wit geeft altijd wit. Het effect is te vergelijken met het over elkaar heen projecteren van een aantal dia’s.
Modus Raster
Kleur tegenhouden
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur lichter gemaakt aan de hand van de werkkleur door het contrast tussen deze kleuren te verlagen. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Modus Kleur Tegenhouden
Lineair tegenhouden (toevoegen)
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur helder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verhogen. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Modus Lineair Tegenhouden

Lichtere kleur

In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de hoogste waarde weergegeven. De kleurmodus Lichtere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is voor de overvloeimodus Lichter, omdat de hoogste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de resultaatkleur te maken.
Modus Lichtere Kleur
Bedekken
In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gebleekt, afhankelijk van de basiskleur. De bestaande pixels worden bedekt met patronen of kleuren, waarbij de hooglichten en de schaduwen van de basiskleur worden behouden. De basiskleur wordt niet vervangen door, maar gemengd met de werkkleur, om de lichtheid of donkerheid van de originele kleur te weerspiegelen.
Modus Bedekken
Zwak licht
In deze modus worden de kleuren donkerder of lichter gemaakt, afhankelijk van de werkkleur. Het effect is dat van een zwak licht dat over de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het licht wordt als het ware tegengehouden. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Doordrukken. Wanneer je met zuiver zwart of wit kleurt, wordt het gebied donkerder of lichter, maar niet echt zuiver zwart of wit.
Modus Zwak Licht
Fel licht
In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gebleekt, afhankelijk van de werkkleur. Het effect is dat van een fel licht dat over de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Bleken. U kunt op deze manier hooglichten aan de afbeelding toevoegen. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Vermenigvuldigen. U kunt op deze manier bepaalde gedeelten van de afbeelding extra schaduw geven. Als je in deze modus puur zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat ook puur zwart of puur wit.
Modus Fel Licht
Levendig licht
In deze modus worden de kleuren doorgedrukt of tegengehouden door het contrast te verhogen of te verlagen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt het contrast verlaagd om de afbeelding lichter te maken. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt het contrast verhoogd om de afbeelding donkerder te maken.
Modus Levendig Licht
Lineair licht
In deze modus worden de kleuren doorgedrukt of tegengehouden door de helderheid te verlagen of te verhogen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de helderheid verhoogd om de afbeelding lichter te maken. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de helderheid verlaagd om de afbeelding donkerder te maken.
Modus Lineair Licht
Puntlicht
In deze modus worden de kleuren vervangen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, worden pixels die donkerder zijn dan de werkkleur vervangen en blijven pixels die lichter zijn dan de werkkleur ongewijzigd. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, worden pixels die lichter zijn dan de werkkleur vervangen en blijven pixels die donkerder zijn dan de werkkleur ongewijzigd. U kunt op deze manier speciale effecten aan de afbeelding toevoegen.
Modus Puntlicht
Harde mix
Voegt de waarden voor het rode, groene en blauwe kanaal van de werkkleur toe aan de RGB-waarden van de basiskleur. Als de resultaatwaarde voor een kanaal 255 of hoger is, krijgt het kanaal de waarde 255. Als het resultaat lager is dan 255, krijgt het kanaal de waarde 0. Alle overvloeiende pixels krijgen dan dus de waarde 0 of 255 voor de rode, groene en blauwe kanalen. Alle pixels worden zo gewijzigd in de primaire additieve kleuren (rood, groen of blauw), wit of zwart.
Opmerking: in geval van CMYK-afbeeldingen wijzig je met Harde mix alle pixels in de primaire subtractieve kleuren (cyaan, geel of magenta), wit of zwart. De maximale kleurwaarde is 100.
Modus Harde Mix
Verschil
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de werkkleur afgetrokken van de waarde van de basiskleur of omgekeerd, afhankelijk van de vraag welke van de twee kleuren de hoogste helderheidswaarde heeft. Als je in deze modus wit gebruikt als werkkleur, worden de kleurwaarden van de basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Modus Verschil
Uitsluiting
In deze modus wordt een effect gecreëerd dat vergelijkbaar is met dan van de modus Verschil; het contrast is alleen minder. Als je in deze modus wit gebruikt als werkkleur, worden de kleurwaarden van de basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.
Modus Uitsluiting
Aftrekken
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de werkkleur afgetrokken van de waarde van de basiskleur. In 8- en 16-bits afbeeldingen worden eventuele negatieve eindwaarden uitgeknipt naar nul.
Modus Aftrekken
Verdelen
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de basiskleur verdeeld over de waarde van de werkkleur.
Modus Verdelen
Kleurtoon
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie en verzadiging van de basiskleur en de kleurtoon van de werkkleur.
Modus Kleurtoon
Verzadiging
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie en kleurtoon van de basiskleur en de verzadiging van de werkkleur. Als je in deze modus een gebied bewerkt met een verzadigingswaarde van 0 (grijs), blijven de pixels ongewijzigd.
Modus Verzadiging
Kleur
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie van de basiskleur en de kleurtoon en verzadiging van de werkkleur. Daarbij blijven de grijswaarden in de afbeelding behouden. Deze modus is tevens handig om monochrome afbeeldingen in te kleuren en tinten toe te voegen aan kleurenafbeeldingen.
Modus Kleur
Lichtsterkte
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur.
Modus Lichtstekrte

Dekking voor lijn instellen:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.
Dekking heeft betrekking op alles wat zich in de laag bevindt. Inclusief eventuele effecten. Als de waarde verminderd wordt, zul je zien dat de hele laag uiteindelijk transparant wordt.
Als je in een gebied tekent of kloont overschrijdt de dekking de ingestelde waarde niet voordat je de muisknop loslaat, ongeacht het aantal malen dat je de aanwijzer over het gebied verplaatst. Als je nogmaals in het gebied tekent, pas je aanvullende kleur toe, in overeenkomst met de dekking die je hebt ingesteld. Een dekking van 100 procent betekent dat de kleur volledig ondoorzichtig is.

Druk voor dekking:
Knop voor tabletdruk. Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

Strm = Vloeisnelheid voor streek instellen:
Vulling/Stroom heeft alleen betrekking op de pixels in de laag. Dus effecten blijven volledig zichtbaar.
Hiermee stel je de snelheid in waarmee de kleur (het te klonen gebied) wordt toegepast wanneer je de aanwijzer over een gebied verplaatst. Terwijl je in een gebied tekent en de muisknop ingedrukt houdt, neemt de hoeveelheid kleur toe op basis van de ingestelde stroom, tot de ingestelde dekking is bereikt. Als je bijvoorbeeld de dekking op 50% instelt en de strm op 10%, verplaatst de kleur van een gebied zich iedere keer dat je over een gebied tekent met 10% tot het maximum van het ingestelde dekkingspercentage van 50. Als je de muisknop loslaat en nogmaals over het gebied tekent kun je weer met een vloeisnelheid van 10% per streek tekenen tot een dekking van 50%.

Opbouweffecten met airbrush-stijl:
Hiermee simuleer je het verven met een airbrush. Wanneer je de muisaanwijzer over een gebied verplaatst, neemt de hoeveelheid verf toe als je de muisknop ingedrukt houdt. De opties voor de hardheid, dekking en stroom van het penseel bepalen hoe snel en hoeveel verf wordt toegepast. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen.

Uitgelijnd:
Vink Uitgelijnd aan om doorlopend pixelmonsters te nemen, zonder dat het huidige monsterpunt verloren gaat, zelfs als je de muis loslaat. Vink Uitgelijnd uit als je de pixelmonsters vanaf het eerste monsterpunt steeds wilt hergebruiken als je het tekenen onderbreekt en hervat.

Monster:
Hiermee neem je monsters uit de opgegeven lagen. Er zijn drie verschillende modi.

Huidige laag:
Als je alleen monsters wilt nemen uit de actieve laag (blauwig in het Lagenvenster) kies je Huidige laag.

Huid/onderl.lg:
Kies Huidige laag en onderliggende lagen als je monsters wilt nemen uit de actieve laag en de onderliggende zichtbare lagen.

Alle lagen:
Als je monsters wilt nemen uit alle zichtbare lagen, kies je Alle lagen.

Icoon Aanpassingslagen negeren:
Als je monsters wilt nemen van alle lagen met uitzondering van aanpassingslagen, kies je Alle lagen en klik je op het pictogram Aanpassingslagen negeren, het één na laatste icoon van de optiebalk.
Gebruik deze mogelijkheid bijvoorbeeld als je uit meerdere lagen onder een aanpassingslaag kloont of retoucheert naar een nieuwe laag die zelf beïnvloed is door de aanpassingslaag. Je voorkomt
dan dat de aanpassing twee keer wordt toegepast.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Optiebalk patroonstempel:


Optiebalk Patroonstempel

De verklaring van de optiebalk is tot de patroonkiezer gelijk aan de Optiebalk Kloonstempel.

Als je het gereedschap Patroonstempel kiest, teken je met een patroon. Je kunt patronen uit een patronenbibliotheek gebruiken of zelf patronen maken.

Vink Uitgelijnd op de optiebalk aan om het patroon te laten doorgaan vanaf het oorspronkelijke beginpunt, ook als je de muisknop hebt losgelaten en het tekenen daarna weer hebt hervat. Vink Uitgelijnd uit als je het patroon iedere keer opnieuw wilt beginnen als je het tekenen onderbreekt en hervat

Impr.
Als je het patroon wilt toepassen met een impressionistisch effect vink je Impr. (Impressionistisch) aan.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Bron o.a.: https://helpx.adobe.com/nl/photoshop.html

Voor basisbegrippen Photoshop verwijzen wij naar: De basis van Photoshop

In deze serie verscheen eerder:

Verplaatsen binnen Photoshop
Selectiegereedschappen Uitgediept
Uitsnijdgereedschappen Uitgediept
Meetgereedschappen Uitgediept

Over de auteur

Reina Smallenbroek

Reina Smallenbroek

Reina Smallenbroek is in het analoge tijdperk begonnen met fotografie. Vervolgens heeft ze dat jaren laten liggen, maar is inmiddels sinds 2008 vrijwel dagelijks hobbymatig met fotografie bezig.
Fotografie is een passie met een voorliefde voor long exposure en landschapfotografie. Digitale fotobewerking ervaart zij daarbij als een even belangrijk onderdeel. Ze gebruikt daarvoor bij voorkeur Adobe Photoshop en kent het programma al een jaar of 12, ruim voordat ze de fotografie weer oppakte.

Reacties

Klik hier om een reactie te geven

Wie zijn onze partners:

Transcontinenta Fujifilm Sigma Benelux Fotovakschool Image Map

Nieuwsbrief

Meer dan 30.000 volgers

Mis niets van DeFotoblogger en volg ons op de verschillende kanalen.

DeFotoblogger op Flickr

  • Deventer met Lebuinustoren
  • En wat doen we in de herfst? Paddestoelen fotograferen..
  • 20170922 - Unesco Werelderfgoed Kinderdijk - DSC07535
  • Visitors of Scheveningen 2017
  • A special girl in Amsterdam
  • Autumn
  • Lower Antelope Canyon
  • Irish coast with a rainbow
  • Heath bokeh