Maandag motivatie: de overstap van automatisch naar manual: diafragma

 In Fotografie voor beginners

Veel mensen fotograferen automatisch. Dat is begrijpelijk, want als je net met fotografie begint, dan ben je blij als je met mooie beelden thuis komt en let je niet zozeer op de techniek. Voor sommigen lijkt de overstap van automatisch naar manual daarom een grote stap, maar dat valt reuze mee! Zolang je de grote drie maar begrijpt en weet hoe je dit toe kunt passen. In deze blog lees je er meer over.

De grote drie: daarmee bedoel ik het diafragma, sluitertijd en ISO. Dit zijn de drie basisinstellingen die je continu gebruikt tijdens het fotograferen. Maar hoe pas je ze toe?

Diafragma

Met het diafragma bepaal je hoeveel licht je wilt toelaten op je sensor. Als je bijv f 2.8 gebruikt, een open diafragma, dan kan de camera veel licht opnemen. Gebruik je f 22, een dichter diafragma, dan laat het minder licht toe en krijg je een donkerder beeld. Hartstikke logisch natuurlijk. Maar je diafragma is ergens anders nog véél belangrijker voor! Je kan er namelijk je scherptediepte mee controleren.

Voorbeeld: hoe komt het toch dat er bij portretfotografie vaak een vage achtergrond is? Dat komt door een zo open mogelijk diafragma te gebruiken, een klein diafragma getal. Je praat dan over een kleine scherptediepte (lees: weinig scherpte in de diepte). Hiermee plaats je de aandacht op het onderwerp en door het open diafragma creeer je een onscherpe achtergrond waardoor je onderwerp werkelijk waar uit het beeld springt. Bekijk hieronder de illustratie welk diafragma getal zorgt voor een kleine of grote scherptediepte.

ISO, sluitertijd, diafragma

Diafragma bepaalt de scherptediepte.

Dat geldt ook voor bijvoorbeeld architectuur- of landschapfotografie. Daar is vaak alles scherp. Er is niet iets in het beeld wat écht alle aandacht nodig heeft. Je hebt dan een grote scherptediepte (lees: veel scherpte in de diepte). Als je een beeld volledig scherp wilt hebben, dan gebruik je een dichter diafragma. Ik schrijf ‘dichter’, want je diafragma is natuurlijk nooit gesloten, anders krijg je een zwart beeld 🙂

Door dus goed en effectief gebruik te maken van je diafragma kan je duidelijk de sfeer bepalen en de aandacht op een onderwerp vestigen. Scherptediepte bepaal je niet alleen door middel van je diafragma, maar ook je brandpuntafstand en objectief kunnen hierin verschillen. Met een groothoek is het lastig om een hele kleine scherptediepte te krijgen, omdat je niet enorm dicht bij je onderwerp kan komen. Met een zoomlens is het lastiger om alles scherp te krijgen. Experimenteer er lekker mee!

Hieronder vind je nog een mooie illustratie. Hoe weet je nu welk diafragma er nou zorgt voor een kleine of grote scherptediepte? Ik merkte op school en bij mijn klasgenoten dat het lastig was om te onthouden. Daarvoor heb je deze illustratie die je ter geheugensteun kunt gebruiken.

ISO, sluitertijd, diafragma

Hoe kleiner het getal, hoe groter de opening.

Tot slot nog een paar voorbeelden:

rger_20160330_het-baasje-van-lo-res_0001

Klein diafragmagetal van f 2,8, grote opening met weinig scherpte, enkel en alleen op het onderwerp.

A'DAM toren Amsterdam Renzo Gerritsen

Groot diafragmagetal van f 13, kleine opening. Volledige scherpte.

Hopelijk weet je nu hoe je je diafragma toe kunt passen! Dan ben je een stap dichterbij het fotograferen in de manuele stand en fotografeer je veel zekerder én kan je meer uit je fotografie halen. En daar gaat het om. Volgende week vertellen we over sluitertijd. Mis het niet!

Recommended Posts

Leave a Comment

Neem contact op

We zijn er even niet, maar laat je gegevens achter en we nemen zo snel mogelijk contact op.

Not readable? Change text. captcha txt
0
Legt een camera de werkelijkheid vast?Sluitertijd