Home | Adobe Camera Raw (versie 9.5 voor Photoshop CC 2015.1.2) uitgediept, deel III
Fotobewerking Fotografie tips

Adobe Camera Raw (versie 9.5 voor Photoshop CC 2015.1.2) uitgediept, deel III

Adobe Camera Raw deel III: het histogram, het standaard aanpassingsvenster en de Tabbladen aanpassen afbeeldingen.

Het Histogram:
Aan de rechterkant van het ACR-scherm bevindt zich het histogram. Het histogram in Adobe Camera Raw is minder uitgebreid dan de uitgebreide weergave van het histogram in Photoshop. Het histogram is een grafiek waarmee je de pixelverdeling van kleurtinten en helderheid kunt aflezen. Op links zie je een weergave voor de donkere pixels (schaduwen) en op rechts voor de lichte pixels (hooglichten). Er tussenin zitten de middentonen. De kleurcodes in een RGB histogram laat de verdeling zien van pixels van een bepaalde kleur bij bepaalde lichtsterkten. Het RGB histogram bestaat uit drie kleurlagen die de rode, groene en blauwe kleurkanalen weergeven. Als de drie kanalen elkaar overlappen, wordt wit weergegeven. Geel, magenta en cyaan worden weergegeven als twee van de RGB-kanalen elkaar overlappen.

Heeft een opname uiterst links aan de schaduwenkant een piek tot aan de bovenrand en helemaal aan de rechterkant van de hooglichten een piek tot aan de bovenrand dan slibben die tonen dicht. Adobe noemt dit verschijnsel “bijsnijden” en ook “knippen” maar vind ik verwarrende termen. In het Engels heet dit clipping en probeer je dit in principe te voorkomen bij de opname. Anders dan fors clippen hoeft pieken tot aan boven niet per se fout te zijn. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat een silhouette in een histogram vooral de donkere tinten laat zien en een portret op een witte ondergrond vooral lichte tinten laat zien. Hoe het histogram er uit ziet hangt dus af van de totale kleureninhoud van de opname en de helderheid, maar over het algemeen dien je clipping (helemaal aan de linkerkant of aan de rechterkant pieken) te voorkomen.

Door te klikken op de indicatoren bovenin het histogram (de driehoekjes) kun je controleren of en waar de opname clipt. Als er van clipping sprake is, zijn de driehoekjes wit of gekleurd, als dit niet het geval is zwart. Als het rechter driehoekje een kleur aangeeft is desbetreffend kanaal geclipt. Clipping wordt op de voorvertoning voor de hooglichten weergegeven met rood (sneltoets O) en voor de schaduwen met blauw (Sneltoets U). Indien mogelijk en nodig kun je met de schuifjes hooglichten, schaduwen, witte tinten en zwarte tinten proberen dit te corrigeren. Je kunt ook met ingedrukte linkermuisknop op het Histogram slepen en rechtstreeks corrigeren, maar dit vraagt wel enige handigheid. Als een lucht zoals in dit voorbeeld dusdanig is uitgebeten zit er geen informatie op die plek en is een poging tot herstellen met de schuifjes kansloos.

histogram indicatoren

Kleurwaarden:
In het dialoogvenster Camera Raw zie je links de RGB-waarden van de pixel onder de muisaanwijzer. In deel II van deze uitleg hebben we het gehad over de numerieke kleurwaarden en het gebruik van het kleurenpipet. Als je die uitleg hebt gemist, is het wellicht handig dit eerst te lezen.

RGB Waarden

Metagegevens:
Rechts in het dialoogvenster staan de metagegevens als het profiel van camera en lens worden herkend. In deel I van deze uitleg hebben we het hierover gehad bij de introductie van ACR (Adobe Camera Raw). Hier is te zien dat de opname is gemaakt met een diafragma van f/9, een sluitertijd van 1/100 sec, ISO 100 en met een objectief van 17-40 bij een brandpuntafstand van 36 mm.

Tabbladen aanpassen afbeeldingen:
Voor alle schuifregelaars geldt:
* je kunt de schuif verslepen;
* je kunt een waarde intypen;
* je selecteert de waarde en kunt met pijltjes toetsen omhoog en naar beneden de waarde wijzigen;
* dubbelklikken op schuifregelaar is herstel naar standaardwaarde.

Tabbladen

standaard1 Standaard
Hiermee worden de witbalans, de kleurverzadiging en de tonaliteit aangepast.

Witbalans/temperatuur/kleur:
De term voor het kwantificeren van de kleur van het licht is Witbalans. De kleurtemperatuur wordt meestal uitgedrukt in Kelvin. Iedere lichtbron heeft een eigen temperatuur. Hoe hoger het getal hoe warmer. Normaal daglicht is bijvoorbeeld 5600 Kelvin, maar TL is veel koeler licht en heeft een temperatuur van 3000 Kelvin. Tenzij je artistieke motieven hebt om het anders te doen, wil je in de fotografie een natuurgetrouwe witbalans nastreven, zowel tijdens de opname als in de nabewerking. Als je zelf wel tevreden bent met de witbalans, ook al klopt deze niet met de werkelijkheid, laat je het zoals het is. Een groot voordeel van in RAW fotograferen is dat je de witbalans, ongeacht de instellingen van de camera tijdens de opname, altijd nog kunt corrigeren en meestal gaat dat uitstekend in ACR. Problemen met de witbalans kun je ondervinden als je tijdens de opname te maken hebt met verschillende soorten lichtbronnen of als je filters gebruikt op het objectief en de opname daardoor een onbedoelde kleurzweem krijgt, maar ook dan kun je met de schuifjes en het gereedschap Witbalanspipet (zie deel I van deze uitleg) letterlijk alle kanten op. Gebruik van het Witbalanspipet op een gebied dat wit of neutraal grijs moet zijn in de afbeelding is een goed en snel vertrekpunt. Een grijskaart of een Color Checker zijn attributen die je tijdens een extra opname kunt gebruiken om achteraf de witbalans in de nabewerking correct af te stemmen.

Standaard

Witbalans:
Hier heb je keus in een uitrolmenu welke voorinstelling je wilt toepassen voor de opname.
Als opname: gebruikt de instellingen van de camera op het moment van de opname.
Automatisch: hierbij wordt de witbalans berekend op basis van de afbeeldingsgegevens.

Als de opname in RAW is kun je verder kiezen uit Daglicht, Bewolkt, Schaduw, Kunstlicht, Fluorescerend, en Flits, waarbij zoals gezegd een numerieke temperatuur hoort.
Aangepast: wordt zichtbaar als de witbalans is aangepast.

Je kunt de witbalans fine-tunen (beter afstellen) met de schuiven Temperatuur en Kleur.
Temperatuur: maakt de opname warmer als je naar rechts schuift (geler) en koeler als je naar links schuift (blauwer).
Kleur: stel een lagere kleurwaarde in om groen aan de afbeelding toe te voegen. Stel een hogere kleurwaarde in om magenta toe te voegen.
(je kunt dus een teveel aan groen in de afbeelding neutraliseren door meer magenta te geven).

Tip: Als je aanpassingen gedaan hebt in de witbalans/temperatuur en kleur die je niet bevallen, kun je met de Als opname keuze terug naar de oorspronkelijke staat. Met Ctrl+Z ga je 1 stap terug.

De knoppen Automatisch en Standaard:
Bij Automatisch worden instellingen gebruikt die ACR het beste vindt voor de afbeelding.
Bij Standaard worden de originele RAW instellingen gebruikt of de instellingen die eerder gemaakt zijn bij het openen van de afbeelding.
Beide kun je uiteraard nog beter afstellen met behulp van de schuifregelaars.

Belichting:
Hiermee pas je de algehele helderheid van de afbeelding aan. De belichtingswaarden worden aangepast in f-stop stappen. Een aanpassing van +1,00 komt overeen met het vergroten van de lensopening met 1 stop. En een aanpassing van -1,00 komt dus overeen met het verkleinen van de lensopening met 1 stop.
Een normaal RAW bestand van een enkele opname is in principe aanpasbaar tot -5 of + 5.
Een HDR-opname die in ACR geopend wordt is aanpasbaar tot -10 of + 10.
Als je een donkere RAW opname oplicht, zal er minder snel ruis (gekleurde stipjes) zichtbaar worden dan wanneer je dit zou doen met een *jpeg, maar wees niettemin voorzichtig met het oplichten. Hoewel je ruis weer kunt reduceren in ACR geeft dit bijkomende effecten, zoals verlies van scherpte, en is, indien mogelijk, voorkomen van ruis beter.
Houd ook het histogram (hooglichten en schaduwen) in de gaten. [= aan het begin uitgelegd].
+Alt laat je zien wanneer en op welke plaats de afbeelding gaat clippen.

Contrast:
Hiermee wordt het afbeeldingscontrast verhoogd of verlaagd. Het maakt de lichte gebieden lichter en de donkere gebieden donkerder.

Hooglichten:
Hiermee pas je de heldere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om hooglichten donkerder te maken en details in de hooglichten te herstellen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten helderder te maken. Om een betere belichtingsbalans in de afbeelding te creëren, zul je de schuif vooral samen met andere, zoals Belichting en Schaduwen, gebruiken

Schaduwen:
Hiermee pas je de donkere gedeelten van de afbeelding aan. Sleep de schuifregelaar naar links om de schaduwen donkerder te maken. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de schaduwen helderder te maken en schaduwdetails te herstellen. In combinatie met de schuif Hooglichten en Belichting kun je bijvoorbeeld het te lichte deel van een afbeelding donkerder maken en vervolgens de schaduwen weer oplichten. Wees hiermee voorzichtig omdat je makkelijk ruis zichtbaar maakt.

Witte tinten:
Hiermee bepaal je hoe wit de witte tinten in de afbeelding zijn. Sleep de schuifregelaar naar links om de hooglichten te verlagen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om de hooglichten te verhogen. Dit verlaagt en verhoogt tevens het contrast in de afbeelding.
Als je +Alt indrukt kun je de schuif naar rechts slepen en een wit punt bepalen totdat je wit ziet op de zwarte ondergrond. Trek de schuif ietsje terug zodat je het wit net niet meer ziet. Als je Alt loslaat is het Histogram uitgestrekt tot helemaal rechts en heb je minstens een wit-tint in de afbeelding.

Zwarte tinten:
Hiermee bepaal je hoe zwart de zwarte tinten zijn. Sleep de schuifregelaar naar links om meer zuiver zwart toe te wijzen aan meer schaduwen. Sleep de schuifregelaar naar rechts om het zwart van de schaduwen te verminderen.
Als je +Alt indrukt kun je de schuif naar links slepen en een zwartpunt bepalen totdat je kleur ziet op de witte ondergrond. Anders dan bij de witte tinten mag er best wel kleur/zwart te zien zijn op de witte achtergrond (meestal liever niet clippend in het histogram). Als je Alt loslaat is het Histogram uitgestrekt tot helemaal links en heb je in ieder geval zwarte tinten in de afbeelding.

Lokaal cont: Hiermee voeg je diepte en pit toe aan een afbeelding door het plaatselijke contrast te verhogen. Dit beïnvloedt vooral de middentonen. Bij portretten van kinderen en dames kun je een zachte huid simuleren door de schuif naar links te slepen en met bij voorkeur het Aanpassingspenseel plaatselijk de huid verzachten (vermijd ogen, wenkbrauwen enz).

Levendigheid: Met deze instelling wijzig je de verzadiging van alle kleuren met weinig verzadiging. Deze instelling heeft minder effect op meer verzadigde kleuren. Levendig voorkomt ook dat huidtonen oververzadigd worden.

Verzadiging: Hiermee wordt de verzadiging van alle afbeeldingskleuren gelijkmatig aangepast, van -100 (zwart-wit) tot +100 (dubbele verzadiging).

 

Kleurtintcurve

Kleurtintcurve

De grafiek geeft op de horizontale as aan de linkerkant de donkere tinten (schaduwen) weer en verloopt naar rechts naar de lichtere tinten (hooglichten). Op de verticale as zijn de donkere tinten onderin zichtbaar en de lichte tinten bovenin. De grafiek is vergelijkbaar met het histogram.

Als een punt op de curve stijgt, is de uitvoer een lichtere tint; als een punt daalt, is de uitvoer een donkerdere tint. Een rechte lijn van 45 graden (de diagonale lijn) geeft aan dat de kleurtintreactiecurve niet is gewijzigd: de oorspronkelijke invoerwaarden komen exact overeen met de uitvoerwaarden.

Contrast creëer je door op de lijn een S-curve te maken.

Door middel van de kleurtintcurve kan de tonaliteit nauwkeurig worden afgesteld op een puntcurve tabblad en een parametercurve tabblad.

Met de toets P kun je schakelen tussen voor- en nabewerken met curven, zodat je het resultaat kunt bekijken.

Punt:
Hier kun je kiezen uit de automatische voorinstellingen Lineair (plat, geen contrast), Normaal contrast en Schril contrast. Aangepast wordt vermeld als het contrast is aangepast.

Op dit tabblad is het mogelijk om de kanalen totaal (RGB) of afzonderlijk (Rood, Groen, of Blauw) te bewerken met een curve. Deze functie is ook prima om te proberen in geval er een onbedoelde kleurzweem in de afbeelding aanwezig is. Kies een kanaal en klik met +Ctrl op het gebied dat je wilt aanpassen (het kleurenpipet kiest de kleur). Trek het punt voorzichtig in een diagonale 45 graden lijn naar rechtsonder totdat de kleurzweem is verdwenen.

Je kunt een gekozen voorinstelling nauwkeuriger afstemmen door op een punt te klikken en met de pijltjestoetsen deze te verschuiven of door te klikken op de lijn en zelf ankerpunten te zetten om te curven. Hoe steiler de lijn hoe meer contrast. Je kunt door gezette punten navigeren met de Sneltoets = . Een punt wordt getoond als een vierkantje, een geselecteerd punt is een zwart vierkantje. De oorspronkelijke waarde van de helderheid kun je zien onderin het venster bij het Invoer veld en de aangepaste waarde bij het Uitvoer veld. De punten kun je verwijderen door ze met de linkermuisknop ingedrukt snel en met een rukje buiten het venster te slepen of door een punt te selecteren (+ Ctrl)+Del.
De gewijzigde instellingen worden getoond op het tabblad Punt, maar niet op het tabblad Parametrisch.

Parametrisch:
Hier kun je waarden in specifieke kleurtintbereiken in de afbeelding aanpassen door de schuifregelaars Hooglichten, Lichten, Donkere tinten en/of Schaduwen te verslepen. Welke gebieden worden beïnvloed en hoe groot deze gebieden zijn, is afhankelijk van waar je de splitsbesturingselementen (de driehoekschuifjes) aan de onderkant van de grafiek instelt. Door de begrenzing van splitsbesturingselementen maak je minder snel buitensporige veranderingen, maar anderzijds legt het je dus ook beperkingen op, die je op jet tabblad Punt niet hebt. De regio-eigenschappen in het midden (Donkere tinten en Lichten) hebben vooral invloed op het middelste gedeelte van de curve. De eigenschappen Hooglichten en Schaduwen hebben vooral invloed op de uiteinden van de toonreeks. De gewijzigde instellingen worden getoond op het tabblad Parametrisch, maar hebben geen invloed op het tabblad Punt.
Als je het Betreffend aanpassingsgereedschap (ik noem het (Doel)gericht aanpassingsgereedschap) hebt geselecteerd kun je op de afbeelding zelf door te slepen met het gereedschap de parametrische curve beïnvloeden. (zie deel II uit deze uitleg). In dat geval verandert de grafiek en uiteraard ook de grafiek van het histogram.

Klertintcurve

 

Details icoon Details

Hiermee worden afbeeldingen verscherpt of wordt ruis verminderd.
Ruis wordt soms zichtbaar in een opname die gemaakt is met een hoge ISO instelling of wanneer schaduwen worden opgelicht. Kleurruis manifesteert zich als rode, groene en blauwe stipjes in de schaduwpartijen en de luminantieruis als korrelige grijze stipjes.
Als je ruis wilt verminderen kun je dat beter eerst doen voordat je gaat verscherpen.

Werkwijze:
Zoom in op de afbeelding op tenminste 100%.
Zet de schuifregelaar Kleur op nul (deze staat standaard op 25) en sleep deze langzaam naar rechts tot alle rode/groene/blauwe stipjes in de schaduwen verdwenen zijn. Als je hierdoor detail gaat verliezen kun je dat compenseren door de schuifregelaar Kleurdetail iets naar rechts te slepen.
Sleep daarna de schuifregelaar Luminantie zover naar rechts dat de korreligheid in je schaduwen vermindert. Als daardoor details uit de afbeelding verdwijnen (de afbeelding wordt “soft”) en het contrast vermindert, kun je dat compenseren met de schuifregelaar Luminantiecontrast (gebruik bij voorkeur niet de schuif Luminantiedetail, maar in plaats daarvan verscherpen).

Verscherpen
Als je de afbeelding volledig bewerkt in ACR en voordat je opslaat met de knop Opslaan Als links onderin het ACR-scherm, kun je als laatste bewerking verscherpen. Zoom in op de afbeelding op tenminste 100%. Verscherpen verhoogt het contrast aan de randen. Standaard staat de schuifregelaar op 25.

Hoeveelheid: Verhoog de waarde van Hoeveelheid om de verscherping te verhogen. Met de waarde nul (0) schakel je de verscherping uit. In het algemeen geldt dat je duidelijkere afbeeldingen krijgt als je Hoeveelheid op een lagere waarde instelt. De aanpassing is een variant van Onscherp masker. Met het filter Onscherp masker worden pixels gezocht die met de opgegeven drempel verschillen van omringende pixels en wordt het contrast van deze pixels met de opgegeven hoeveelheid vergroot. Als je een Camera Raw-afbeeldingsbestand opent, berekent de Camera Raw-plug-in welke drempelwaarde moet worden gebruikt op basis van het cameramodel, de ISO-waarde en de belichtingscompensatie.
Straal: Hiermee pas je de grootte aan van de details waarop de verscherping wordt toegepast. Doorgaans kun je voor foto’s met fijne details het beste een lage instelling gebruiken. Een grotere straal is geschikt voor foto’s met grovere details. Wanneer je een te grote straal instelt, oogt het resultaat onnatuurlijk.
Details: Hiermee bepaal je hoeveel vaak voorkomende gegevens worden verscherpt in de afbeelding en in hoeverre de verscherping de randen benadrukt. Bij een lagere instelling worden vooral de randen verscherpt om vervaging te verwijderen. Hogere waarden zijn vooral nuttig als je structuren in de afbeelding meer in het oog wilt doen springen.
Masker: Hiermee bestuur je een randmasker. Als je nul (0) kiest, worden alle aspecten van de afbeelding in dezelfde mate verscherpt. Als je 100 kiest, blijft het verscherpen grotendeels beperkt tot de gebieden bij de scherpste randen. Houd Alt (Windows) tijdens het slepen van deze schuifregelaar ingedrukt om te zien welke gebieden worden verscherpt (witte gebieden) en welke gebieden worden gemaskeerd (zwarte gebieden).

Verscherpen Masker

Ruisreductie
Luminantie: Hiermee verminder je de luminantieruis (grijze korreligheid)
Luminantiedetail: Behoud details aan de randen. Hiermee wordt de drempel voor luminantiedetail ingesteld. Handig voor foto’s met veel ruis. Hogere waarden behouden meer details, maar de resultaten kunnen meer ruis bevatten. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar verwijderen ook details.
Luminantiecontrast: Hiermee wordt het luminantiecontrast ingesteld. Handig voor foto’s met veel ruis. Hogere waarden behouden het contrast, maar kunnen vlekken met ruis veroorzaken. Lagere waarden geven resultaten met minder ruis, maar wellicht ook minder contrast.
Kleur: Hiermee verminder je de ruis in kleuren =chromaruis = rode, groene, blauwe stippen. .
Kleurdetail: Behoud detail in randen. Hiermee wordt de drempel voor kleurdetail ingesteld. Hogere waarden geven dunne, gedetailleerde en gekleurde randen goed weer, maar kunnen zorgen voor kleurspikkels. Lagere waarden verwijderen kleurspikkels, maar kunnen overvloeien van kleuren veroorzaken.
Vloeiendheid kleur: Als er kleurvlekken zijn overgebleven bij de gekozen kleurruis onderdrukking, biedt deze schuifregelaar een optie om daar wat aan te doen.

Details venster

 

KLV icoon KLV / Grijswaarden
In deze tabbladen worden de kleuren nauwkeurig afgesteld door de kleurtoon, de verzadiging en de luminantie aan te passen. De tabbladen Kleurtoon, Luminantie, Verzadiging en Omzetten in grijswaarden hebben dezelfde kleurschuiven. Klikken op de knop Standaard zet de schuifregelaars in het betreffende tabblad allemaal terug op 0.

Kleurtoon:
Hiermee kun je letterlijk de kleuren veranderen. Met behulp van de schuifregelaar kun je de rode tinten veranderen in helder roze tot oranje. Hoe feller de kleuren, hoe beter de wijzigingen zichtbaar zijn. Je kunt de tint aanpassen om een afbeelding koeler of juist warmer te maken of de kleur zelf verbeteren.

Verzadiging:
Hiermee kun je de zuiverheid van een kleur verzadigen of juist verminderen. Je kunt hiermee bijvoorbeeld ook één of twee kleuren verzadigen (of op 0 laten staan) en de anderen op -100 zetten (restulteert in grijstinten). Op die manier maak je een zogenaamde zwart/wit met selectieve kleur.

Luminantie:
Hiermee wordt de tint of schaduw van de geselecteerde kleur geregeld door het toevoegen van zwart of wit om op die wijze de mate van helderheid van die kleur aan te passen .

Grijswaarden:
Als je de optie Omzetten in grijswaarden aanvinkt verschijnt er een 4e tabblad Grijswaardenmix.
Hiermee regel je met de schuifregelaars de verdeling van elk kleurbereik binnen de uiteindelijke grijswaardeafbeelding.

KVL en grijswaarden

gesplitste-tinten1 Gesplitste tinten

Hiermee worden zwart-witafbeeldingen gekleurd of speciale effecten gemaakt met kleurafbeeldingen.
Je kunt één kleur in het hele toonbereik toevoegen, zoals een sepiaweergave, of een gesplitst-tintresultaat maken (duotoon), waarin een verschillende kleur wordt gebruikt voor de schaduwen en de hooglichten. De uiterste schaduwen en hooglichten blijven zwart en wit.
Op het tabblad Gesplitste tinten kun je de eigenschappen voor de hooglichten en de schaduwen aanpassen met de schuifregelaars Kleurtoon en Verzadiging. De verzadiging staat standaard op 0. Houdt +Alt ingedrukt om het resultaat te zien met 100% verzadiging. Maar je kunt ook beginnen met het verhogen van de verzadiging en daarna de kleurtoon aanpassen, zodat je kunt zien wat het resultaat zal zijn. Met Kleurtoon wordt de kleur van de tint ingesteld; met Verzadiging wordt de helderheid van het resultaat ingesteld.

Pas de schuifregelaar Balans aan om de invloed tussen de besturingselementen Hooglicht en Schaduw in evenwicht te houden. Begin ook hier met het verhogen van de verzadiging zodat je kunt zien wat het resultaat wordt als je de kleurtoon verandert. Positieve waarden verhogen de invloed van het besturingselement Hooglicht; negatieve waarden verhogen de invloed van de besturingselementen Schaduw. Een monochroom effect bereik je door onder Hooglichten en onder Schaduwen dezelfde kleurtoon in te stellen.

Gesplitste tinten venster

lens icoon Lenscorrecties

Op deze tabbladen worden de kleurafwijking, geometrische vervorming en de vignettering die door de cameralens worden veroorzaakt, gecompenseerd.

Profiel:
Bij cameralenzen kunnen voor bepaalde brandpuntsafstanden, f-stops en scherpstellingsafstanden verschillende fouten optreden. Ook wanneer je een opname onder een hoek neemt of de camera kantelt en vooral bij extreem groothoek (FishEye) krijg je vertekening van het objectief. Soms laat je dat uit artistieke overweging zo, maar o.a. bij gebouwen wordt dit vaak gecorrigeerd. Als je Correcties lensprofiel inschakelen aanvinkt, kun je bij Lensprofiel jouw merk en jouw type lens opzoeken. Als je lens er niet bij staat, kun je bij Adobe kijken of er een update is voor het lensprofiel (in het Menu > Help > Updates). De profielen zijn gebaseerd op de Exif-metagegevens van de camera en lens waarmee de foto is gemaakt, zodat de juiste correcties kunnen worden aangebracht. Photoshop corrigeert dan automatisch de vervorming. Als dit niet naar je zin is, kun je handmatig bijstellen met de schuifregelaar Vervorming. Met de schuifregelaar Vignetten kun je de vingettering door een objectief, een te klein filter of verkeerde zonnekap (de afbeelding wordt dan vooral in de hoeken donkerder) verwijderen. Bewust een eigen vingettering aanbrengen kun je doen op het tabblad Effecten (komt hieronder aan bod).

KLeur:
Als je Kleurafwijking verwijderen aanvinkt wordt automatisch de zogenaamde chromatische aberratie verwijderd. Kleurafwijking (gekleurde rand langs randen en objecten) treedt op doordat de lens niet verschillende kleuren op dezelfde plek kan scherpstellen. Bij één type kleurafwijking is de afbeelding voor elke lichtkleur scherpgesteld, maar heeft elke afbeelding een iets andere grootte. Een ander type kleurafwijking betreft de randen van spiegelende hooglichten, bijvoorbeeld wanneer licht wordt weerspiegeld door water of gepolijst metaal. Deze situatie leidt meestal tot een paarse (magenta) krans rond elk spiegelend hooglicht. Rode/cyaan randen komen vaker voor dan blauw/geel, maar als je magenta/groen ziet, dan heb je beide. Als Photoshop de lens herkent is de automatische kleurafwijking verwijderen meestal voldoende. Wanneer je nog gekleurde randen ziet, kun je handmatig met de schuifregelaars aan de slag.
Paarse/magenta randen en groene randen globaal verwijderen: hoe hoger de waarde, des te groter de mate waarin de kleurenranden worden verwijderd. Let op dat je geen aanpassingen toepast die gevolgen hebben voor paarse of groene objecten in uw afbeelding. Schuif eerst de paarse regelaar naar rechts totdat de kleurafwijking is verdwenen. Als er toch nog paars is te zien, schuif dan de regelaar kleurtoon paars helemaal naar rechts of naar links (dit is afhankelijk van de opname). Doe hetzelfde als je een groene rand ziet.
Druk op Alt wanneer je een schuifregelaar sleept om de aanpassing duidelijker weer te geven. De rand krijgt een neutrale kleur wanneer je sleept om de kleur te verwijderen.

Handmatig:
Als je handmatig aanpassingen doet in de Lenscorrecties komen die bovenop de automatische correcties die je al gedaan hebt.
Upright: Adobe Camera Raw heeft vier Upright-modi die je kunt gebruiken om perspectief automatisch te corrigeren ─ Automatisch, Vlak, Verticaal, en Volledig. Nadat je een Upright-modus hebt toegepast, kun je de afbeelding verder aanpassen door de beschikbare schuifregelaarinstellingen voor transformatie handmatig te wijzigen.
Vervorming
Sleep naar rechts om tonvervorming te corrigeren en lijnen die naar buiten buigen, recht te trekken. Sleep naar rechts om speldenkussenvervorming te corrigeren en lijnen die naar binnen buigen, recht te trekken.

Verticaal
Hiermee corrigeer je het perspectief dat ontstaat als de camera naar voren of achteren wordt gekanteld. Met deze correctie lijkt het alsof verticale lijnen parallel lopen.

Horizontaal
Hiermee corrigeer je het perspectief dat ontstaat als de camera naar links of rechts wordt gedraaid. Met deze correctie lijkt het alsof horizontale lijnen parallel lopen.

Roteren
Hiermee corrigeer je de kanteling van de camera.

Schaal
Hiermee kun je de afbeeldingsschaal vergroten of verkleinen. Zo kun je lege gedeelten verwijderen die ontstaan door perspectiefcorrecties en vervormingen. Afbeeldingsgedeelten die buiten het uitsnijdkader vallen, worden weergegeven.


Lensvignettering:
Als de automatische manier lensvignettering opheffen niet werkt, kun je dat hier handmatig doen.
Sleep de schuifregelaar Hoeveelheid naar rechts totdat de donkere hoeken verdwijnen. Zodra je begint met slepen, komt de schuifregelaar Middelpunt beschikbaar. Deze bepaalt hoe breed de reparatie zich uitstrekt in de afbeelding. Sleep de regelaar naar links om de verlichting verder naar het centrum uit te breiden.
Andersom kun je hiermee ook een licht zacht vinget maken, maar als je de opname nog wilt uitsnijden, moet je dat eerst doen. Sleep de Hoeveelheid regelaar naar links en doe daarna hetzelfde met de schuifregelaar Middelpunt.

Lenscorrecties

Voor alle tabbladen hierboven geldt dat als je Raster tonen aanvinkt, er een raster over de opname wordt gelegd. De grootte van de mazen kun je regelen met de schuif.

Tip: Als je perspectief gaat corrigeren is het canvas op sommige plaatsen groter dan de afbeelding. Je kunt dan de opname uitsnijden (croppen), maar dan valt een deel van de foto weg.

Bijsnijden

Je kunt er ook voor kiezen om die delen op te vullen met Inhoud behouden (Content Aware). Photoshop berekent welke pixels daar ingevuld zouden moeten worden. Voordeel is dat je meer van de opname (= compositie) kunt bewaren, nadeel is dat je soms nog wat moet corrigeren met bijvoorbeeld het retoucheerpenseel of de kloonstempel.

Werkwijze: open de foto in Photoshop en selecteer met bijvoorbeeld de toverstaf (sneltoets W) de delen die je wilt opvullen. Vervolgens vergroot je die selectie met 4 pixels door in het Menu te kiezen voor Selecteren > Bewerken > Vergroten en klik op OK.

Selectie vergroten

Kies nu in het Menu voor Bewerken > Vullen > en in het venster voor Inhoud behouden. Klik OK.

Inhoud Behouden

Vanaf ACR 9.8 (uitgekomen eind juni 2016) is het het onderdeel Upright en Transformatie van het tabblad Handmatig ondergebracht bij het nieuwe gereedschap Transformatie in de Werkbalk van ACR.

Icoon effecten Effecten

Nevel verwijderen, korreligheid op de film simuleren of na het bijsnijden een vignet toepassen.

Nevel verwijderen:
Met Adobe Camera Raw kun je eenvoudig de hoeveelheid nevel of mist in een foto verlagen of verhogen. Sleep de schuifregelaar Hoeveelheid naar rechts om nevel te verwijderen, en naar links om nevel toe te voegen.

Korrel:
Het gedeelte Korrel van het tabblad Effecten bevat besturingselementen waarmee je filmkorrel kunt simuleren voor stijleffect dat doet denken aan bepaald filmmateriaal. Je kunt het effect Korrel gebruiken uit esthetisch oogpunt maar ook om elementen te verbergen die ontstaan wanneer je grote afdrukken maakt.

Controleer de korrel op verschillende zoomniveaus zodat je zeker weet dat het teken correct wordt weergegeven.

Hoeveelheid:
Hiermee bepaal je de hoeveelheid korrel die wordt toegepast op de afbeelding. Sleep de regelaar naar rechts om de hoeveelheid te verhogen. Stel de regelaar in op nul om korrel uit te schakelen.

Grootte:
Hiermee bepaal je de grootte van het partikel van de korrel. Een waarde van 25% of hoger kan vervaging van de afbeelding veroorzaken.

Ruwheid:
Hiermee bepaal je de regelmaat van de korrel. Sleep de schuifregelaar naar links om korrels meer uniform te maken of naar rechts om de korrels meer ongelijkmatig te maken.

Vignettering na uitsnijden:
Als je een vignet wilt toepassen op een bijgesneden afbeelding voor een artistiek effect, kun je de functie Vignettering na uitsnijden gebruiken.
Je kunt kiezen uit 3 stijlen:

Prioriteit hooglichten:
Hiermee wordt het vignet na uitsnijden toegepast en blijft het contrast van hooglichten behouden waardoor er kleurverschuivingen kunnen plaatsvinden in de donkere gedeelten van een afbeelding. Geschikt voor afbeeldingen met gedeelten waarin de hooglichten belangrijk zijn.

Kleurprioriteit:
Hiermee wordt het vignet na uitsnijden toegepast en blijven de kleurtinten behouden waardoor er details in heldere hooglichten verloren kunnen gaan.

Verfbedekking:
Hiermee pas je een vignet na uitsnijden toe door de oorspronkelijke afbeeldingskleuren te laten overvloeien met zwart of wit. Geschikt voor het toepassen van een zacht effect, maar vermindert mogelijk het contrast van hooglichten.

Verfijn het effect met een van de volgende schuifregelaars:
Hoeveelheid: Bij positieve waarden worden de hoeken lichter, bij negatieve worden ze donkerder.
Middelpunt: Bij hogere waarden wordt de aanpassing beperkt tot het gebied dichter bij de hoeken, bij lagere waarden wordt de aanpassing toegepast op een groter gebied buiten de hoeken.
Ronding: Bij positieve waarden is het effect meer cirkelvormig, bij negatieve waarden is het effect ovaler.
Doezelaar: Bij hogere waarden wordt meer verzachting toegepast tussen het effect en de omringende pixels, bij lagere waarden minder.
Hooglichten: (Beschikbaar voor Prioriteit hooglichten of Kleurprioriteit als Hoeveelheid een negatieve waarde heeft.) Hiermee bepaal je de hooglichten in heldere gedeelten van een afbeelding, zoals straatverlichting of een andere heldere lichtbron.

effecten

Kalibratie Camerakalibratie

Hiermee pas je cameraprofielen toe op Raw-afbeeldingen om kleurzweem te corrigeren en niet-neutrale kleuren aan te passen ter compensatie van de werking van de afbeeldingssensor van de camera.

Proces:
Adobe werkt er continu aan om het vewerkingsproces en de functie van diverse schuifregelaars in ACR te verbeteren.
Als je een RAW bestand vroeger (in 2003 of 2010) hebt bewerkt in een eerdere versie van ACR, opent ACR de opname in desbetreffede versie met de schuifregelaars en dezelfde functies die er toen waren in ACR.
De technologie is ondertussen drastisch verbeterd, maar de mogelijkheid om de oude versie te gebruiken heeft Adobe open gehouden.
Wil je toch het RAW-bestand updaten naar de huidige versie van ACR, dan kun je op het uitroepteken klikken dat in de rechterbenedenhoek van het venster verschijnt.

Cameraprofiel:
Ieder merk en model is voorzien van zijn eigen manier van het definiëren en interpreteren van kleur en deze kleurprofielen maken deel uit van wat wordt opgeslagen in de metadata van de beeldbestanden. Adobe Camera Raw heeft zijn eigen methoden voor de interpretatie van kleur en kiest profielen die het beste zijn voor jouw specifieke camera.
De cameraprofielen in ACR zijn derhalve per gebruiker verschillend.
Stel dat de schaduwpartijen in iedere afbeelding die je opent in ACR te rood te groen of te blauw zijn, zijn, dan kun je met de schuifregelaars de gewenste kleuren, kleurtoon en verzadiging nog verder afstemmen en deze standaard opslaan als het profiel dat jij in het vervolg wilt gebruiken als je een foto opent in ACR.
Ga daarvoor in het uitrolmenu aan de rechterkant van het venster (het streepjes icoon) en kies: Nieuwe Standaardinstellingen Camera Raw opslaan.

Camera Kalibratie

Voorinstellingen icoon Voorinstellingen

Hiermee kun je sets van afbeeldingsaanpassingen opslaan en toepassen als voorinstellingen.

Stel dat je bij Gesplitste tinten een combinatie hebt gevonden die je vaker zou willen gebruiken, dan kun je deze opslaan als een voorinstelling. Klik op het icoon Voorinstellingen. Klik in het uitrolmenu op Instellingen opslaan.

instellingen1

Vink in het vervolgvenster aan welke instellingen je precies wilt opslaan en druk op de knop Opslaan. Sla het XMP-bestandje op met een duidelijke naam. Als je het weer wilt gebruiken op een andere afbeelding klik je in het uitrolmenu op Instellingen laden, zoek je het opgeslagen bestandje op en kun je het toepassen op de afbeelding of kun je het in het Voorinstellingen venster aanklikken.

Instellingen opslaan

Voorinstellingen

Icoon momentopnamen Momentopnamen

Hiermee maak je versies van een foto waarin de status van de foto op verschillende punten tijdens het bewerkingsproces wordt vastgelegd (zgn snapshots). Zo kun je het oorspronkelijke beeld en het speciale effect redden dat je met behulp van de momentopnamen heb bewaard. Om een momentopname te maken klik je in het tabblad Momentopnamen onderin op het icoon nieuwe momentopname maken. Geef daarna een duidelijke naam op in het vervolgvenster.

Momentopnamen venster

uitrolmenu camera RAW instellingen:

Als je een optie aanklikt verschijnt er vooraan een vinkje.

Afbeeldingsinstellingen:
Dit is de optie die de afbeelding weergeeft zoals ze eerder is geopend en veranderd in ACR.
Na het maken van aanvullende wijzigingen, kun je deze optie aanklikken om terug te keren naar de eerdere instellingen.

Standaardinstellingen Camera Raw:
Als de afbeelding voor het eerst in ACR wordt geopend , is deze optie gekozen. Je kunt op ieder gewenst moment terugkeren naar deze oorspronkelijke Camera Raw instellingen.

Vorige omzetting:
Deze optie gebruikt de instellingen die werden toegepast op de laatst geopende afbeelding in Camera Raw op het huidige beeld. Dit is handig voor afbeeldingen die tegelijkertijd met dezelfde camera en in dezelfde lichtomstandigheden zijn genomen.

Aangepaste instellingen:
Nadat je wijzigingen in een geopende afbeelding hebt aangebracht wordt deze optie automatisch aangevinkt. Door daarna te klikken op Standaardinstellingen Camera Raw of Afbeeldingsinstellingen kun je schakelen tussen de voorvertoning van wat je hebt gedaan en hoe het oorspronkelijk was.

Instellingen voorinstelling:
Deze optie geeft elke voorinstellingen aan die je hebt toegepast op de afbeelding.

Voorinstelling toepassen:
Deze optie toont een vooraf ingesteld menu waarmee je voorinstellingen kunt toepassen op de afbeelding. Als je meer dan één voorinstelling toepast, wordt het toegevoegd aan de vorige voorinstelling(en); tenzij de aanpassing in dezelfde categorie valt.

Momentopname toepassen:
Met deze optie kun je snapshots, die je hebt genomen en daardoor in het Momentopnamen-tabblad staan, laden.

Geïmporteerde instellingen wissen:
Met deze optie kunnen gebruikers van andere applicaties die ook gebruik maken van ACR (bijvoorbeeld Photoshop Elements), instellingen wissen die gemaakt zijn in ACR van Photoshop, waarvan zij geen gebruik kunnen maken omdat er minder opties beschikbaar zijn.

Instellingen exporteren naar XMP:
Je kunt de huidige instellingen naar een XMP-bestand exporteren door op deze optie te klikken. Dit is slechts een tijdelijke staat. Wanneer je op Gereed of Open Afbeelding klikt, worden deze instellingen overschreven door de huidige instellingen. Als je klikt op Annuleren worden deze instellingen opgeslagen als standaard.

DNG-voorvertoningen bijwerken:
Met deze optie kun je de JPEG- voorvertoningen in het DNG-bestand updaten. Je kunt ook vooraf de grootte van deze voorvertoningen instellen. Als je dit in de voorkeuren hebt ingesteld op (in het Menu: Bewerken > Voorkeuren > Ingesloten JPEG-voorveroningen bijwerken) worden de voorvertoningen geactualiseerd en bijgewerkt wanneer je de afbeelding sluit of exporteert door middel van de openen of opslaan knoppen onderin het ACR-venster.

Instellingen laden:
Met deze optie kun je opgeslagen instellingen laden.

Instellingen opslaan:
Met deze optie kun je instellingen als voorinstelling opslaan. Vink in het vervolgvenster aan welke instellingen je precies wilt opslaan en druk op de knop Opslaan. Sla het XMP-bestandje op met een duidelijke naam. Als je het weer wilt gebruiken op een andere afbeelding klik je in het uitrolmenu op Instellingen laden, zoek je het opgeslagen bestandje op en kun je het toepassen op de afbeelding of kun je het in het Voorinstellingen venster aanklikken.

Nieuwe standaardinstelling Camera Raw opslaan:
Als je de aanpassingen wilt opslaan als de standaardinstellingen die op alle afbeeldingen van een specifiek cameramodel, een specifieke camera of een specifieke ISO-instelling moeten worden toegepast, sla je de afbeeldingsinstellingen op als de nieuwe Camera Raw-standaardinstellingen. Dit geeft je de mogelijkheid om standaardinstellingen te veranderen, maar wellicht niet altijd gewenst, zoals bijvoorbeeld automatische verscherping.

Standaardinstellingen Camera Raw opnieuw instellen:
Met deze optie worden de standaardinstellingen naar de oorspronkelijke Camera Raw instelling hersteld.

Uitrolmenu RAW

De nieuwe instellingen worden zichtbaar op het tabblad Voorinstellingen Voorinstellingen icoon

Bron o.a.: https://helpx.adobe.com/nl/photoshop.html

Voor basisbegrippen Photoshop verwijzen wij naar: De basis van Photoshop

In deze serie verscheen eerder:

Verplaatsen binnen Photoshop
Selectiegereedschappen Uitgediept
Uitsnijdgereedschappen Uitgediept
Meetgereedschappen Uitgediept
Retoucheergereedschappen uitgediept Deel I
Retoucheergereedschappen uitgediept Deel II
Tekengereedschap uitgediept
Tekst- en tekengereedschappen uitgediept
Adobe ACR uitgediept, deel I

Adobe Camera Raw uitgediept deel II

 

 

Over de auteur

Reina Smallenbroek

Reina Smallenbroek

Reina Smallenbroek is in het analoge tijdperk begonnen met fotografie. Vervolgens heeft ze dat jaren laten liggen, maar is inmiddels sinds 2008 vrijwel dagelijks hobbymatig met fotografie bezig.
Fotografie is een passie met een voorliefde voor long exposure en landschapfotografie. Digitale fotobewerking ervaart zij daarbij als een even belangrijk onderdeel. Ze gebruikt daarvoor bij voorkeur Adobe Photoshop en kent het programma al een jaar of 12, ruim voordat ze de fotografie weer oppakte.

Reactie geven

Klik hier om een reactie te geven

Wie zijn onze partners:

Transcontinenta Fujifilm Sigma Benelux Fotovakschool Image Map

Nieuwsbrief

Meer dan 30.000 volgers

Mis niets van DeFotoblogger en volg ons op de verschillende kanalen.

DeFotoblogger op Flickr

  • Deventer met Lebuinustoren
  • En wat doen we in de herfst? Paddestoelen fotograferen..
  • 20170922 - Unesco Werelderfgoed Kinderdijk - DSC07535
  • Visitors of Scheveningen 2017
  • A special girl in Amsterdam
  • Autumn
  • Lower Antelope Canyon
  • Irish coast with a rainbow
  • Heath bokeh