In Fotobewerking, Fotografie tips

Photoshop kent verschillende gereedschappen voor het tekenen en bewerken van afbeeldingskleuren. Tekenen en schilderen zijn belangrijke gereedschappen voor de fotograaf ook al zul je zelf geen tekening maken.
Het penseel en het potlood werken als de traditionele tekengereedschappen door kleur aan te brengen door middel van penseelstreken.
Er zijn veel taken waarvoor je tekengereedschappen kunt inzetten. Bijvoorbeeld voor het tekenen in lagen of voor het aanpassen van de toon of scherpte in specifieke gebieden.
Zodra je met het penseel, potlood en mixerpenseel sleept of klikt, voeg je de voorgrondkleur aan de selecteerde laag toe.

In dit artikel wordt het tekengereedschap in relatie tot de optiebalk verder uitgelegd.
Voor elk tekengereedschap kun je bepalen hoe kleur wordt toegepast op een afbeelding en kun je vooraf gedefinieerde penseeluiteinden kiezen

Het icoon van gereedschap kan worden uitgevouwen door op het kleine driehoekje in de rechter onderhoek te klikken, zodat verborgen onderliggende gereedschappen zichtbaar worden. Je kunt ook met rechts klikken op het gereedschap waar een driehoekje bij staat, dan worden onderliggende gereedschappen tevens zichtbaar. Als je met de muis boven het gereedschap gaat hangen, verschijnt de naam van het gereedschap en de eventuele sneltoets.

Verslepen = met de linkermuisknop ingedrukt een object elders naar toe schuiven en op de gewenste plek de linkermuisknop loslaten.

Slepen = met de linkermuisknop ingedrukt over het canvas/afbeelding bewegen.

Een opmerking vooraf:
Om in de afbeelding opgeslagen informatie later te kunnen uitlezen moet de afbeelding worden opgeslagen als *Tiff- of *PSD bestand. Een Tiff bestand neemt meer sch(r)ijfruimte in beslag op een opslagmedium maar kan door erg veel programma’s worden uitgelezen. PSD is Photoshop gerelateerd.

TEKENGEREEDSCHAP

Gereedschap Penseel

PENSEEL
Met het penseel breng je kleurstreken aan met de voorgrondkleur. Klik en sleep in de afbeelding om te tekenen.
Als je een rechte lijn wilt tekenen, klik je in de afbeelding om het beginpunt in te stellen. Vervolgens houd je Shift ingedrukt en klik je op de gewenste plaats voor het eindpunt

 

Optiebalk Penseel:
Tekengereedschap Optiebalk Penseel

Penseelkiezer:
Tekengereedschap Penseelkiezer

Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het penseeluiteinde. Naar rechts schuiven is groter. Je kunt ook een waarde voor het formaat intypen.

Als je bij Hardheid de schuif naar rechts sleept, wordt het uiteinde van het penseel harder. Je kunt ook een waarde voor de hardheid intypen. Deze optie is alleen beschikbaar voor ronde en vierkante penselen .

Je kunt met ingedrukte linkermuisknop op de cirkel slepen om de hoek en de ronding op het oog te veranderen.

In het voorbeeldvenster kun je een penseel aanklikken uit de penselenbibliotheek.

Voorinstelling penseel in- of uitschakelen:
Als dit venster openstaat kun je het penseel naar behoefte aanpassen.
Het venster bevat een groot aantal opties waarmee je dynamische (of veranderende) elementen aan vooraf ingestelde penseeluiteinden kunt toevoegen. Je kunt bijvoorbeeld opties instellen om de grootte, kleur en dekking van de streeksporen gaandeweg de penseelstreek te wijzigen.

Tekengereedschap voorinstelling-penseel-nw


Tekenmodus:
De tekenmodus die je in de optiebalk instelt, bepaalt hoe de pixels in een afbeelding reageren op het penseel. Je kunt het effect van een overvloeimodus het beste voorstellen aan de hand van een aantal kleuren:

De basiskleur is de originele kleur in de afbeelding.
De werkkleur is de kleur die met het teken- of bewerkgereedschap wordt aangebracht.
De resultaatkleur is de kleur die het resultaat is van de bewerking.

Normaal:
Elke getekende of bewerkte pixel krijgt de resultaatkleur. Dit is de standaardmodus. (Bij bitmapafbeeldingen en afbeeldingen in geïndexeerde kleuren wordt deze modus Drempel genoemd.) Gebruik deze modus om de inhoud van een laag weer te geven zonder interactie met onderliggende lagen

Verspreiden:
Elke getekende of bewerkte pixel krijgt de resultaatkleur. Maar in deze modus bestaat de resultaatkleur uit een willekeurige pixelvervanging in de basiskleur of in de werkkleur, afhankelijk van de dekking op een bepaalde pixellocatie.

Achter:
In deze modus heeft het teken- of bewerkgereedschap alleen effect op het transparante gedeelte van een laag. Deze modus kan alleen worden gebruikt in lagen waarvan de transparantie niet is vergrendeld. Het effect is te vergelijken met het aan de achterkant beschilderen van een doorzichtig vel papier.

Wissen:
Tekent of bewerkt iedere pixel en maakt deze transparant. Deze modus is beschikbaar voor de vormgereedschappen (als de optie Vullen met pixels is ingeschakeld), het emmertje , het penseel , het potlood , de opdracht Vullen en de opdracht Omlijnen. Je kunt deze modus alleen gebruiken in een laag waarvan de transparantie niet is vergrendeld.

Donkerder:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur of de werkkleur geselecteerd als resultaatkleur. De donkerste van de twee kleuren wordt gebruikt. Pixels die lichter zijn dan de werkkleur worden vervangen en pixels die donkerder zijn dan de werkkleur blijven ongewijzigd.

Vermenigvuldigen:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een donkerder kleur. Vermenigvuldigen met zwart geeft altijd zwart als resultaat. Elke willekeurige kleur die met wit wordt vermenigvuldigd, blijft ongewijzigd. Met elke andere kleur is het resultaat dat de basiskleur bij elke opeenvolgende penseelstreek donkerder wordt. Het resultaat is ongeveer wat er zou gebeuren als je met een aantal verschillende viltstiften over een afbeelding heen zou tekenen. Gebruik deze modus als je de bovenste laag donkerder wilt maken zonder de onderliggende laag te bedekken en ook voor schaduwen en donkere gloedeffecten.

Kleur doordrukken:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door het contrast tussen deze kleuren te verhogen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect.

Lineair doordrukken:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur donkerder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verlagen. Wit als werkkleur heeft in deze modus geen effect.

Donkerdere kleur:
In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de laagste waarde weergegeven. De kleurmodus Donkerdere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is in de overvloeimodus Donkerder, omdat de laagste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de resultaatkleur te maken.

Lichter:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur of de werkkleur geselecteerd als resultaatkleur. De lichtste van de twee kleuren wordt gebruikt. Pixels die donkerder zijn dan de werkkleur worden vervangen en pixels die lichter zijn dan de werkkleur blijven ongewijzigd.

Raster:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de omgekeerde waarde van de basiskleur vermenigvuldigd met de omgekeerde waarde van de werkkleur. De resultaatkleur is altijd een lichtere kleur. Bleken met zwart heeft geen effect: de originele kleur blijft ongewijzigd. Bleken met wit geeft altijd wit. Het effect is te vergelijken met het over elkaar heen projecteren van een aantal dia’s.

Kleur tegenhouden:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur lichter gemaakt aan de hand van de werkkleur door het contrast tussen deze kleuren te verlagen. Zwart heeft in deze modus geen effect.

Lineair tegenhouden (toevoegen):
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de basiskleur helder gemaakt aan de hand van de werkkleur door de helderheid te verhogen. Zwart heeft in deze modus geen effect.

Lichtere kleur:
In deze modus wordt het totaal van alle kanaalwaarden voor de basiskleur en de werkkleur vergeleken en wordt de kleur met de hoogste waarde weergegeven. De kleurmodus Lichtere kleur produceert geen derde kleur, hetgeen soms wel het geval is voor de overvloeimodus Lichter, omdat de hoogste kleurkanaalwaarden worden gekozen van zowel de basis- als de werkkleur om de resultaatkleur te maken.

Bedekken:
In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gebleekt, afhankelijk van de basiskleur. De bestaande pixels worden bedekt met patronen of kleuren, waarbij de hooglichten en de schaduwen van de basiskleur worden behouden. De basiskleur wordt niet vervangen door, maar gemengd met de werkkleur, om de lichtheid of donkerheid van de originele kleur te weerspiegelen.

Zwak licht:
In deze modus worden de kleuren donkerder of lichter gemaakt, afhankelijk van de werkkleur. Het effect is dat van een zwak licht dat over de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het licht wordt als het ware tegengehouden. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Doordrukken. Wanneer je met zuiver zwart of wit kleurt, wordt het gebied donkerder of lichter, maar niet echt zuiver zwart of wit. Bij deze modus is het alsof je met een klein spotje wat sfeer toevoegt op de ondergelegen laag.

Fel licht:
In deze modus worden de kleuren vermenigvuldigd of gebleekt, afhankelijk van de werkkleur. Het effect is dat van een fel licht dat over de afbeelding strijkt. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de afbeelding lichter gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Bleken. Je kunt op deze manier hooglichten aan de afbeelding toevoegen. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de afbeelding donkerder gemaakt. Het effect is te vergelijken met dat van de modus Vermenigvuldigen. Je kunt op deze manier bepaalde gedeelten van de afbeelding extra schaduw geven. Als je in deze modus puur zwart of puur wit als werkkleur gebruikt, is het resultaat ook puur zwart of puur wit. Hiermee breng je veel sfeer in de onderliggende laag. Deze overvloeimodus is vooral geschikt voor kleuren die niet al te fel zijn.

Levendig licht:
In deze modus worden de kleuren doorgedrukt of tegengehouden door het contrast te verhogen of te verlagen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt het contrast verlaagd om de afbeelding lichter te maken. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt het contrast verhoogd om de afbeelding donkerder te maken.

Lineair licht:
In deze modus worden de kleuren doorgedrukt of tegengehouden door de helderheid te verlagen of te verhogen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, wordt de helderheid verhoogd om de afbeelding lichter te maken. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, wordt de helderheid verlaagd om de afbeelding donkerder te maken.

Puntlicht:
In deze modus worden de kleuren vervangen, afhankelijk van de werkkleur. Als de werkkleur (de lichtbron) lichter is dan 50% grijs, worden pixels die donkerder zijn dan de werkkleur vervangen en blijven pixels die lichter zijn dan de werkkleur ongewijzigd. Als de werkkleur donkerder is dan 50% grijs, worden pixels die lichter zijn dan de werkkleur vervangen en blijven pixels die donkerder zijn dan de werkkleur ongewijzigd. Je kunt op deze manier speciale effecten aan de afbeelding toevoegen.

Harde mix:
Voegt de waarden voor het rode, groene en blauwe kanaal van de werkkleur toe aan de RGB-waarden van de basiskleur. Als de resultaatwaarde voor een kanaal 255 of hoger is, krijgt het kanaal de waarde 255. Als het resultaat lager is dan 255, krijgt het kanaal de waarde 0. Alle overvloeiende pixels krijgen dan dus de waarde 0 of 255 voor de rode, groene en blauwe kanalen. Alle pixels worden zo gewijzigd in de primaire additieve kleuren (rood, groen of blauw), wit of zwart.

Opmerking: in geval van CMYK-afbeeldingen wijzig je met Harde mix alle pixels in de primaire subtractieve kleuren (cyaan, geel of magenta), wit of zwart. De maximale kleurwaarde is 100.

Verschil:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de werkkleur afgetrokken van de waarde van de basiskleur of omgekeerd, afhankelijk van de vraag welke van de twee kleuren de hoogste helderheidswaarde heeft. Als je in deze modus wit gebruikt als werkkleur, worden de kleurwaarden van de basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.

Tip: De overvloeimodus verschil is erg handig om (tijdelijk) te gebruiken bij het handmatig exact op elkaar plaatsen van twee gelijke lagen, bijvoorbeeld als dat automatisch niet goed lukt. Stel de bovenliggende laag in op Verschil, verplaats hem tot de delen die overlappen zwart zijn (bijvoorbeeld met de pijltjes toetsen) en schakel de overvloeimodus van de bovenliggende laag weer terug naar Normaal.
Tekengereedschap Op elkaar leggen

Uitsluiting:
In deze modus wordt een effect gecreëerd dat vergelijkbaar is met dan van de modus Verschil; het contrast is alleen minder. Als je in deze modus wit gebruikt als werkkleur, worden de kleurwaarden van de basiskleur omgekeerd. Zwart heeft in deze modus geen effect.

Aftrekken:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de werkkleur afgetrokken van de waarde van de basiskleur. In 8- en 16-bits afbeeldingen worden eventuele negatieve eindwaarden uitgeknipt naar nul.

Verdelen:
In deze modus wordt op basis van de kleurinformatie in elk kanaal de waarde van de basiskleur verdeeld over de waarde van de werkkleur.

Kleurtoon:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie en verzadiging van de basiskleur en de kleurtoon van de werkkleur.

Verzadiging:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie en kleurtoon van de basiskleur en de verzadiging van de werkkleur. Als je in deze modus een gebied bewerkt met een verzadigingswaarde van 0 (grijs), blijven de pixels ongewijzigd.

Kleur:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de luminantie van de basiskleur en de kleurtoon en verzadiging van de werkkleur. Daarbij blijven de grijswaarden in de afbeelding behouden. Deze modus is tevens handig om monochrome afbeeldingen in te kleuren en tinten toe te voegen aan kleurenafbeeldingen.

Lichtsterkte:
In deze modus ontstaat een resultaatkleur met de kleurtoon en verzadiging van de basiskleur en de luminantie van de werkkleur. Het effect van deze modus is het tegenovergestelde van het effect van de modus Kleur. Aangezien de lichtsterkte (donker en licht) vaak structuur in een afbeelding brengt, brengt deze overvloeimodus details in de onderliggende laag naar voren.

Dekking:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.

Tip: Druk op één cijfertoets om de dekking van een gereedschap in te stellen in meervouden van 10% (druk op 1 om de dekking in te stellen op 10% en druk op 0 om de dekking in te stellen op 100%). Druk op twee cijfertoetsen om een specifieke dekking in te stellen. Houd Shift ingedrukt en druk op cijfertoetsen om de stroom in te stellen.

Dekking heeft betrekking op alles wat zich in de laag bevindt. Inclusief eventuele effecten. Als de waarde verminderd wordt, zul je zien dat de hele laag uiteindelijk transparant wordt. Als je in een gebied tekent overschrijdt de dekking de ingestelde waarde niet voordat je de muisknop loslaat, ongeacht het aantal malen dat je de aanwijzer over het gebied verplaatst. Als je nogmaals in het gebied tekent, pas je aanvullende kleur toe, in overeenkomst met de dekking die je hebt ingesteld. Een dekking van 100 procent betekent dat de kleur volledig ondoorzichtig is.

Druk voor dekking:
Knop voor tabletdruk. Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

Strm = Vloeisnelheid voor streek instellen:
Vulling/Stroom heeft alleen betrekking op de pixels in de laag. Dus effecten blijven volledig zichtbaar.
Hiermee stel je de snelheid in waarmee de kleur wordt toegepast wanneer je de aanwijzer over een gebied verplaatst. Terwijl je in een gebied tekent en de muisknop ingedrukt houdt, neemt de hoeveelheid kleur toe op basis van de ingestelde stroom, tot de ingestelde dekking is bereikt. Als je bijvoorbeeld de dekking op 50% instelt en de strm op 10%, verplaatst de kleur van een gebied zich iedere keer dat je over een gebied tekent met 10% tot het maximum van het ingestelde dekkingspercentage van 50. Als je de muisknop loslaat en nogmaals over het gebied tekent kun je weer met een vloeisnelheid van 10% per streek tekenen tot een dekking van 50%..

Icoon Opbouweffecten met airbrush-stijl:
Hiermee simuleer je het verven met een airbrush. Wanneer je het penseel als airbrush gebruikt, houd je de muisknop ingedrukt zonder de muis te slepen om de kleur intensiever te maken. De opties voor de hardheid, dekking en stroom van het penseel bepalen hoe snel en hoeveel verf wordt toegepast. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

POTLOOD
Met het potlood teken je altijd harde randen zonder dat er anti-aliasing wordt toegepast. In Photoshop is er geen enkel gereedschap waarmee je nauwkeuriger invloed hebt op de kleur in je afbeelding dan het gereedschap potlood met een penseelgrootte van één pixel. Zodra je met het potlood klikt of sleept, voeg je de voorgrondkleur aan de geselecteerde laag toe.
Optiebalk Potlood:
Tekengereedschap Optiebalk Potlood

 

Penseelkiezer:
Tekengereedschap Potloodkiezer

Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het potlooduiteinde. Naar rechts schuiven is groter. Je kunt ook een waarde voor het formaat intypen.

Hardheid: De hardheidsinstelling is altijd 100 procent!

Voorinstelling penseel in- of uitschakelen:
Als dit venster openstaat kun je het potlood naar behoefte aanpassen. Het venster bevat een groot aantal opties waarmee je dynamische (of veranderende) elementen aan vooraf ingestelde potloodluiteinden kunt toevoegen. Je kunt bijvoorbeeld opties instellen om de grootte, kleur en dekking van de streeksporen gaandeweg de potloodstreek te wijzigen.

Tekenmodus:
De diverse modi zijn uitgebreid beschreven onder Penseel.

Dekking:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.

Tip: Druk op één cijfertoets om de dekking van een gereedschap in te stellen in meervouden van 10% (druk op 1 om de dekking in te stellen op 10% en druk op 0 om de dekking in te stellen op 100%). Druk op twee cijfertoetsen om een specifieke dekking in te stellen. Houd Shift ingedrukt en druk op cijfertoetsen om de stroom in te stellen.

Dekking heeft betrekking op alles wat zich in de laag bevindt. Inclusief eventuele effecten. Als de waarde verminderd wordt, zul je zien dat de hele laag uiteindelijk transparant wordt.

Als je in een gebied tekent overschrijdt de dekking de ingestelde waarde niet voordat je de muisknop loslaat, ongeacht het aantal malen dat je de aanwijzer over het gebied verplaatst. Als je nogmaals in het gebied tekent, pas je aanvullende kleur toe, in overeenkomst met de dekking die je hebt ingesteld. Een dekking van 100 procent betekent dat de kleur volledig ondoorzichtig is.

Druk voor dekking:
Knop voor tabletdruk. Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

Wissen:
Als de optie Wissen is aangevinkt teken je met de huidige achtergrondkleur over de voorgrondkleur.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

KLEUR VERVANGEN

De functie Kleur Vervangen is een gereedschap voor het wisselen van de ene kleur naar een andere. Hoewel dit gereedschap handig is voor snelle bewerkingen, levert het vaak tegenvallende resultaten op, vooral bij donkere kleuren en zwart. Het werkt snel maar minder nauwkeurig als het dialoogvenster Kleur vervangen (in het Menu> Afbeelding > Aanpassingen > Kleur vervangen ). Met het gereedschap kun je specifieke kleuren in een afbeelding vervangen, zonder de structuur of vorm van de afbeelding aan te tasten.
Kies de voorgrondkleur waarmee je de ongewenste kleur wilt vervangen door op het voorgrondkleur icoon in de gereedschapbalk te klikken. Er opent een kleurenkiezer. Je kunt ook een kleur in de afbeelding kiezen met + Alt. Als je de optie icoon Achtergrondstaal kiest, klik je op een achtergrondkleur. Klik daarna in de afbeelding op de kleur die je wilt vervangen. Je kunt nu de nieuwe kleur slepen op de afbeelding.

Tekengereedschap Kleur vervangen

Optiebalk Kleur Vervangen:
Optiebalk Kleur vervangen

Penseelkiezer:

Penseelkiezer
Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het penseeluiteinde. Naar rechts schuiven is groter.

Als je bij Hardheid de schuif naar rechts sleept, wordt het uiteinde van het penseel harder. Deze optie is alleen beschikbaar voor ronde en vierkante penselen .

Tussenruimte: hiermee bepaal je de afstand tussen de afzonderlijke streeksporen in een penseelstreek. Een hogere waarde zorgt er voor dat het penseel delen overslaat.

De waarde Hoek en Ronding van het penseel kun je invullen, maar je kunt ook met ingedrukte linkermuisknop op de cirkel slepen om de hoek en de ronding op het oog te veranderen.

In het uitrolmenu Grootte: kies Pendruk om de variatie op de pendruk te baseren. Kies Pendrukschijf om de variatie te baseren op de positie van de draaischijf van de pen. Selecteer Uit als je geen variatie wilt aanbrengen in de grootte. Penbesturingselementen zijn alleen beschikbaar wanneer je gebruikmaakt van een drukgevoelig digitaal tekentablet en compatibele pennen.

Bij Tolerantie: hiermee bepaal je het bereik van de transparantie en de scherpte van de randen. (voor pendruk en pendrukschijf: zie uitleg hierboven bij Grootte).

Tekenmodus:
Om te bepalen welke kleurkenmerken het gereedschap moet hebben kun je kiezen uit 4 verschillende modi. Kleur, Kleurtoon, Verzadiging en Lichtsterkte.

Icoon monsters nemen doorgaand:
Hierbij worden continu monsters van de kleuren genomen terwijl je sleept.

Icoon monsters nemen eenmaal:
Hierbij wordt alleen de kleur vervangen in gebieden die de kleur bevatten waarvan je bij de eerste muisklik een monster hebt genomen.

Icoon monsters nemen achtergrondstaal:
Hierbij worden alleen de gedeelten vervangen die de huidige achtergrondkleur bevatten.

Limieten:
Niet aangrenzend:
Hiermee wordt de monsterkleur vervangen op elke plaats onder de aanwijzer.

Aangrenzend:
Hiermee worden kleuren vervangen die grenzen aan de kleur direct onder de aanwijzer.

Randen zoeken:
Hiermee worden onderling verbonden gebieden met de monsterkleur vervangen, terwijl de scherpte van de vormranden beter behouden blijft.

Tolerantie:
Kies een laag percentage om kleuren te vervangen die nagenoeg overeenkomen met de pixel waarop je klikt of kies een hoger percentage om een groter kleurbereik te vervangen.

Anti-alias:
Als je een zachte rand in de gecorrigeerde gebieden wilt maken selecteer je Anti-alias.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

MIXERPENSEEL

Het mixerpenseel simuleert (digitaal) realistische schildertechnieken, zoals het mengen van kleuren op het canvas, het combineren van kleuren in een penseel en het variëren van de natheid van de verf tijdens een streek. Het gereedschap is bedoeld om traditioneel geschoolde kunstenaars een bekend gevoel te geven.
Het mixerpenseel heeft twee verfbronnen: een reservoir en een oppikpunt. In het reservoir wordt de definitieve kleur bewaard die op het canvas is geschilderd. Het reservoir beschikt over meer capaciteit voor verf. Het oppikpunt ontvangt alleen verf van het canvas en de inhoud van dit punt wordt voortdurend gemengd met de canvaskleuren.
Dit gereedschap kan worden gebruikt in combinatie met fotografie, bijvoorbeeld voor samengestelde beelden.

Optiebalk Mixerpenseel:
Optiebalk Mixer penseel

 

Afhankelijk van welk penseeluiteinde er geselecteerd is in de deelvensters Penseel of Voorinstellingen penseel verandert de indeling van het deelvenster Penseel. Als je kiest voor erosieve penseeluiteinden (bijvoorbeeld pastelkrijt of houtskool) dan slijt het penseeluiteinde tijdens het gebruik. Als je een airbrushpenseel wilt combineren met een airbrushactie (waarbij de kleur opbouwt zolang je tijdens het tekenen de muisknop ingedrukt houdt), dan moet je ook de knop Opbouweffecten met airbrush-stijl inschakelen op de optiebalk.

Penseelkiezer:
Als je op het driehoekje aan de rechterkant klikt naast het getal, opent het vervolgvenster Penseelkiezer waar je kunt aangeven welke eigenschappen je penseel moet hebben.

Penseelkiezer Mixerpenseel
Bij Grootte kun je de (tijdelijke) grootte instellen van het penseeluiteinde. Naar rechts schuiven is groter. Je kunt ook een waarde voor het formaat intypen.

Als je bij Hardheid de schuif naar rechts sleept, wordt het uiteinde van het penseel harder. Je kunt ook een waarde voor de hardheid intypen. Deze optie is alleen beschikbaar voor ronde en vierkante penselen .

Als je in het deelvenster Voorinstellingen penseel de weergave op Grote lijst (of Kleine
lijst) instelt staat nu overal een naam bij de penseelminiaturen. Penseelnamen met de woorden ‘stijf’ of ‘haren’ zijn bedoeld voor gebruik met het mixerpenseel.
Tekengereedschap Voorinstellingen penselen

Icoon Kleurenkiezer:
Laat de huidige verf op het penseel zien. Klik op het kleurvak om de kleurkiezer te openen.
Klik op het omlaag wijzende driehoekje rechts van het kleurvak om het Penseel te reinigen (zodat het alleen combineert met de bestaande kleuren op de laag) of om het Penseel opnieuw te laden (en kleur aan het mengsel toe te voegen) of om Alleen effen te kleuren laden
Wanneer je verf laadt van het canvas, bevat het penseeluiteinde alle kleurvariatie in het monstergebied. Als je liever penseeluiteinden met een uniforme kleur wilt, selecteer je Alleen effen kleuren laden.

Icoon penseel na iedere streek laden
Als je deze aanklikt herlaad het penseel automatisch na elke streek.

Icoon penseel na iedere streek reinigen:
Als je deze aanklikt reinig je het penseel automatisch na elke streek.

Beide twee knoppen kun je combineren.

combinaties voor mixerpenseel:
Met de vervolgkeuzelijst rechts van de knoppen voor automatisch laden en reinigen kun je kiezen uit: Droog, Droog licht, Droog zwaar, Vochtig, Vochtig licht, Vochtig zwaar, Nat, Nat licht, Nat zwaar, Zeer nat, Zeer nat licht en Zeer nat zwaar voorinstellingen.

Nat:
Hiermee bepaal je hoeveel verf het penseel oppakt van het canvas. Hogere instellingen resulteren in langere verfstreken.

Laden:
Hiermee bepaal je hoeveel verf wordt geladen in het reservoir. Als je weinig verf laadt, droogt de verfstreek sneller uit.

Mix:
Hiermee bepaal je de verhouding tussen de verf in het reservoir en de verf op het canvas. Bij een instelling van 100% wordt alle verf opgepakt van het canvas en bij een instelling van 0% komt alle verf uit het reservoir. (De instelling Nat blijft echter bepalen hoe verf wordt gemengd op het canvas.)

Strm:
De vloeisnelheid is een andere variabele voor de hoeveelheid kleur die Mixerpenseel toevoegt. Bij een lagere waarde wordt de streek transparanter en bij een hogere waarde dekt hij meer. Deze dekkende streek is meestal korter omdat je de verf eerder ‘op’ is.

Icoon Opbouweffecten met airbrush-stijl:
Wanneer je het penseel als airbrush gebruikt, houd je de muisknop ingedrukt zonder de muis te slepen om de kleur intensiever te maken. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen

Monster van alle lagen:
Pakt de canvaskleur op uit alle zichtbare lagen.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Historiepenselen

HISTORIEPENSEEL

Je kunt het gereedschap Historiepenseel gebruiken om een deel van een afbeelding tot de laatst opgeslagen versie (snapshot) te herstellen door met de geselecteerde staat of opname op het deelvenster Historie te tekenen. Een snapshot maak je door rechts onderin het Historie venster op het snapshoticoontje te klikken.

Snapshot

Je kunt met het historiepenseel speciale effecten creëren.

Tip: In het onderdeel Prestaties van de Photoshop-voorkeuren (Bewerken > Voorkeuren > Prestaties) bepaal je hoeveel staten Photoshop moet onthouden in de historie (maximaal duizend). Meer stappen vraagt meer verwerkingskracht. De standaardinstelling van twintig historiestaten is meestal voldoende, maar als je een tekengereedschap of andere procedures met veel herhalende stappen gebruikt (zoals bijwerken met de gereedschappen Doordrukken, Tegenhouden of Kloonstempel) is een hoger aantal van bijvoorbeeld 60 misschien een beter idee.

Maak een aanpassing op een bestaande afbeelding. In dit geval is de afbeelding in zwart-wit gezet. In het Menu: Afbeelding > Aanpassingen > Zwart – wit.

Je kunt nu met het Historiepenseel “verven” op de afbeelding en (deels) terug naar een eerdere staat. De stappen kun je zien in het venster Historie ( om deze zichtbaar te krijgen in je werkruimte: Menu: Venster > Historie). Je kunt ook in het venster Historie heen en weer switchen naar een andere staat van de afbeelding.
Wanneer je een staat selecteert en de afbeelding vervolgens wijzigt, worden standaard alle volgende staten gewist. De Historie blijft niet bewaard als je de afbeelding opslaat (ook niet als je dit in TIFF of PSD doet).

voorbeeld historiepenseel

 

Optiebalk Historiepenseel:
Optiebalk historiepenseel

Penseelkiezer en Voorinstelling penseel is gelijk aan de opties Mixerpenseel hier direct boven vermeld.

De betekenis van de Tekenmodus (overvloeimodi) staat uitvoerig beschreven bij de Optiebalk Penseel.

Dekking:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.

Icoon druk voor dekking:
Knop voor tabletdruk. Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

Strm = Vloeisnelheid voor streek instellen:
Vulling/Stroom heeft alleen betrekking op de pixels in de laag. Dus effecten blijven volledig zichtbaar.
Hiermee stel je de snelheid in waarmee de kleur wordt toegepast wanneer je de aanwijzer over een gebied verplaatst.

Icoon Opbouweffecten met airbrush-stijl:
Wanneer je het penseel als airbrush gebruikt, houd je de muisknop ingedrukt zonder de muis te slepen om de kleur intensiever te maken. Klik op de knop om deze optie in of uit te schakelen.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

 

PENSEEL TEKENINGHISTORIE

Met het penseel Tekeninghistorie kun je gestileerde streken aanbrengen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de brongegevens van een opgegeven historiestaat of opname. Door te experimenteren met verschillende opties voor stijl, grootte en tolerantie, kun je de structuur van de verf met verschillende kleuren en artistieke stijlen nabootsen.
Net als het historiepenseel gebruikt het penseel Tekeninghistorie de opgegeven historiestaat of opname als gegevensbron. Als je echter met het historiepenseel tekent, gebruik je de opgegeven brongegevens opnieuw. Het penseel tekenhistorie gebruikt deze gegevens in combinatie met de opties die je hebt ingesteld in de optiebalk om verschillende kleureffecten te bereiken en een bepaalde schilderstijl te simuleren.

Optiebalk tekeninghistorie:
Optiebalk tekenhistorie
Penseelkiezer en Voorinstelling penseel is gelijk aan de opties Mixerpenseel hier direct boven vermeld.

De betekenis van de Tekenmodus (overvloeimodi) staat uitvoerig beschreven bij de Optiebalk Penseel.

Dekking:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.

Icoon druk voor dekking:
Knop voor tabletdruk. Gebruik de pendruk om de instellingen voor dekking en formaat in het deelvenster Penseel te overschrijven.

In het menu Stijl bepaal je de vorm van de penseelstreek. De volgende voorinstellingen zijn mogelijk: Dicht opeen – kort, Dicht opeen – normaal, Niet dicht opeen – normaal, Niet dicht opeen – lang, Tamponeren, Dicht opeen – gekruld, Dicht opeen gekruld – lang, Niet dicht opeen – gekruld, Niet dicht opeen – gekruld lang.

Stijl Tekenhistorie

Geef een waarde op voor Gebied om de grootte te bepalen van het gebied dat door de penseelstreek wordt gedekt. Een grote waarde voor Gebied betekent dat de penseelstreek een groot gebied dekt en dat er ook meer streken worden gebruikt.

Geef een waarde op voor Tolerantie om aan te geven in welke gebieden de penseelstreken mogen worden aangebracht. Bij een lage waarde voor Tolerantie kun je zonder beperkingen overal in de afbeelding werken. Bij een hoge waarde kunnen de penseelstreken alleen worden geplaatst in gebieden waarvan de kleur aanzienlijk afwijkt van de kleur in de bronstaat of -opname.

Het icoon druk voor grootte is van belang als je een tekentablet of compatibele pen gebruikt. Je kunt met de druk die je op de pen uitoefent de breedte van het gereedschap variëren.

Gereedschap Verloop

VERLOOP
Het gereedschap Verloop zorgt voor een soepele overgang van de ene kleur naar een andere of van een effen kleur naar transparantie. Als je maar een gedeelte van de afbeelding wilt vullen, selecteer je eerst het gewenste gebied. Als je dit niet doet, wordt de verloopvulling toegepast op de gehele actieve laag. Klik met de linkermuisknop en sleep om een verloop te maken.

Optiebalk Verloop:
Optiebalk Verloop

Verloop bewerken: klik op het driehoekje naast het voorbeeld om een vooraf ingestelde verloopvulling te kiezen.

Verloopvulling:
Verloopvulling

 

Tip: De voorinstelling Neutrale dichtheid is een handig fotografisch filter voor zonsondergangen en andere scènes met veel contrast.

Neutrale dichtheid

 

Als je op het voorbeeld verloop zelf klikt opent de verloopbewerker.

Hier kun je verlopen aanpassen en zelf verlopen maken en opslaan.

Verloopbewerker

Icoon Lineair: begint waar je het eerst klikt en eindigt waar je de muisknop loslaat.

Icoon Radiaal: hiermee maak je een cirkelvormig effect, met de plek waar je het eerst klikt als centrum.

Icoon Hoek: het middelpunt dat je bepaalt door te klikken, vormt het begin van een waaier dat geleidelijk van kleur verandert.

Icoon Gespiegeld: maakt een symmetrisch verloop. De afstand die je sleept maakt de helft van het verloop.

Icoon Ruit: hiermee maak je een ruitvormig effect, met de plek waar je het eerst klikt als het centrum. Hiermee maak je een fonkeling.

De betekenis van de Tekenmodus (overvloeimodi) staat uitvoerig beschreven bij de Optiebalk Penseel.

Dekking:
Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar. Hiermee bepaal je in hoeverre je door het verloop heen kunt zien.

Icoon Omkeren: vink deze optie aan als je de volgorde van kleuren in de verloopvulling wilt omkeren.

Icoon Dithering: vink deze optie aan als je een vloeiender verloop met minder zichtbare overgangen wilt maken.

Icoon Transparantie: als je een transparantiemasker voor de verloopvulling wilt gebruiken.

EMMERTJE

Het gereedschap Emmertje vult snel gebieden in met ofwel de voorgrondkleur (sneltoets Alt + Backspace of Delete), (achtergrondkleur: sneltoets Ctrl + Backspace of Delete) of een patroon. Je kunt een van te voren geselecteerd gedeelte vullen, maar ook een masker of de omtrek van een snelmasker.
Als je in een laag de transparante gebieden niet wilt vullen, zorg je ervoor dat de transparantie van de laag is vergrendeld in het deelvenster Lagen of sneltoets Alt+Shift+Backspace

Transparante pixels vergrendelen

Optiebalk Emmertje:

Bron instellen

Voorgrond:

Optiebalk-Emmertje

Patroon:

Als je bij de bronkiezer patroon selecteert heeft de optiebalk nog een extra venstertje en kun je de patroonkiezer openen door op het kleine driehoekje naast het venstertje te klikken.
Een gebied vullen met een patroon doe je door een patroon te kiezen en in het gebied te klikken.


Optiebalk patroon

 

 

De betekenis van de Tekenmodus (overvloeimodi) staat uitvoerig beschreven bij de Optiebalk Penseel.

Geef een waarde op in het tekstvak Dekking om het dekkingspercentage van de bedekking in te stellen of versleep de waarde met de schuifregelaar.

Toler: met tolerantie bepaal je hoe vergelijkbaar/gevoelig een pixel qua kleur moet zijn (met de pixel waarop je klikt) om te worden gevuld. Je kunt een waarde opgeven van 0 tot 255 pixels. Bij een lagere tolerantie heeft het emmertje alleen effect op kleuren die zeer sterk overeenkomen met de kleur waarop je klikt. Bij een hogere tolerantie is het kleurbereik waarbinnen de pixels worden gevuld groter.

Icoon Anti-alias: Vink Anti-alias aan als je wilt dat de randen vloeiend worden gemaakt als de selectie eenmaal is gevuld.

Icoon Aangrenzend: Vink Aangrenzend aan als je alleen de pixels wilt vullen die direct grenzen aan de pixel waarop je klikt. Selecteer deze optie niet als je alle overeenkomende pixels in de afbeelding wilt vullen.

Icoon Alle lagen: Vink Alle lagen aan als je wilt dat pixels worden gevuld op basis van de verzamelde kleurinformatie uit alle zichtbare lagen.

3D MATERIAAL SLEPEN
Het gereedschap 3D-materiaal slepen werkt eigenlijk net zo als het traditionele gereedschap Emmertje. Je kunt monsters nemen van materialen en deze rechtstreeks toepassen op 3D-objecten.
We bespreken dit niet verder nu, omdat er in de fotografie nauwelijks gebruik gemaakt wordt van deze optie.

 

Bron o.a.: https://helpx.adobe.com/nl/photoshop.html

Voor basisbegrippen Photoshop verwijzen wij naar: De basis van Photoshop

In deze serie verscheen eerder:

Verplaatsen binnen Photoshop
Selectiegereedschappen Uitgediept
Uitsnijdgereedschappen Uitgediept
Meetgereedschappen Uitgediept
Retoucheergereedschappen uitgediept Deel I
Retoucheergereedschappen uitgediept Deel II

Recommended Posts

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Neem contact op

We zijn er even niet, maar laat je gegevens achter en we nemen zo snel mogelijk contact op.

Not readable? Change text. captcha txt
0

Start typing and press Enter to search

Portret gemaakt door: Sergey Redki natuurlijk tegenlicht